Cuyp en Kuifje, van links naar rechts

Het mooie van overzichtstentoonstellingen is dat je werken van een kunstenaar in verband met elkaar ziet een zo tot nieuwe inzichten kunt komen. Zo ook bij de tentoonstelling In het licht van Cuyp in het Dordrechts Museum.

De in Dordrecht geboren Aelbert Cuyp (1620-1691) is vooral bekend door de naar hem genoemde Amsterdamse markt. Dat is niet vreemd, want in de eeuw na zijn dood verdween een groot deel van zijn schilderijen van Nederland naar Engeland. Daar waren ze dol op zijn gouden, Italiaans aandoend, avondlicht over het vee in soms Hollands en soms meer geaccidenteerd landschap.

Uitgangspunt van de tentoonstelling, die nog loopt tot 6 maart 2022, is dan ook de invloed die Cuyp heeft gehad op Britse schilders als Gainsborough, Turner en Constable. Die invloed is zeker te zien. Maar mij viel ook iets anders op.

Op bijna alle schilderijen van Cuyp komt het (avond)licht van de linkerkant. De wolken bevinden zich meestal op de rechterhelft van het schilderij, alsof ze daarnaartoe geblazen zijn. En als er vogels te zien zijn, dan vliegen ze meestal ook rechts het beeld uit.

Lees “Cuyp en Kuifje, van links naar rechts” verder

Bezocht: Vergeet me niet

Vooraf had ik mijn twijfels over de tentoonstelling Vergeet me niet in het Amsterdamse Rijksmuseum. Meer dan 100 renaissanceportretten, was dat niet te veel van het goede? Het bleek niet het geval: de diversiteit en de kwaliteit van de werken zorgden ervoor dat het negen zalen lang boeiend bleef de geportretteerden in de ogen te kijken.

Daarbij bleek de titel, Vergeet me niet, me op het verkeerde been gezet te hebben. Slechts een deel van de portretten hadden als doel om de geportretteerde in de tijd voort te laten leven. Misschien is die behoefte nu, in een grotendeels ongelovige tijd, zonder uitzicht op een hiernamaals, groter dan in de vijftiende en zestiende eeuw.

Belangrijker dan het overwinnen van de tijd lijkt het overwinnen van de afstand. In een tijd dat bewegend beeld en audio aan plaats gebonden waren, was het portret vaak het enige middel om iemand elders zichtbaar te maken.

Dat is handig als je op afstand een huwelijk wil arrangeren. Of voor heersers om te laten zien dat ze de baas zijn. Zo kunnen ze op meerdere plaatsen tegelijk zijn en hun bestaan doen gelden, ook als ze ver weg zijn. Schilderijen kunnen zo een bijna magische kracht krijgen. (Een kracht die ons ook nog niet helemaal vreemd is. Denk maar aan de portretten van koning Willem Alexander in rijksgebouwen).

Lees “Bezocht: Vergeet me niet” verder

Bezocht: Allart van Everdingen

De trein naar Alkmaar leidt door eindeloos vlak landschap. Mooi, maar ook een beetje saai. Een grote tegenstelling met mijn reisdoel: de tentoonstelling over Allart van Everdingen (1621-1675).

Deze in Alkmaar geboren schilder kwam, opzettelijk of per ongeluk, rond 1644 terecht in Noorwegen. Waar een groot deel van de schilders uit de Republiek zich lieten inspireren door het Italiaanse licht, nam Allart het noorden mee naar huis.

Zijn landschappen maken een dubbelzinnige indruk. Aan de ene kant stralen ze, in hun diepe groen- en bruintonen, verstilling uit. De kleine mens- en dierfiguren versterken dat beeld. Maar tegelijkertijd stort het wilde water zich regelmatig bruisend van de hellingen af.

Wie kocht deze werken, en waarom? Houthandelaren ter herinnering aan hun Scandinavische handelsreizen? Of ook mensen die in het drukke verstedelijkte Holland behoefte hadden aan een rustig beeld? Dat laatste is misschien een projectie van mijn eigen behoefte. Het zorgde er in ieder geval voor dat de werken mijn aanspraken.

Lees “Bezocht: Allart van Everdingen” verder

Uitgelezen: Slavernij

Na een bezoek aan de slavernij-tentoonstelling in het Rijksmuseum (nog te zien tot 29 augustus 2021), las ik de bijbehorende catalogus. Ik vond het een waardevolle aanvulling: door het lezen ontstond er meer samenhang in het verhaal. De tentoonstelling bestaat uit veel objecten die pas echt tot leven komen als je het verhaal erachter kent. De bijschriften in het museum en de audiotour zijn daarbij toch net te beperkt.

Toch blijven tentoonstelling en catalogus een fragmentarisch geheel. Deels komt dat door het onderwerp: de slaven in de Nederlandse koloniën hebben maar weinig sporen nagelaten. Ze werden met name zichtbaar als handelswaar of wanneer ze gestraft werden. Hun leven en lijden kwamen maar sporadisch in beeld.

Ook de wijze waarop de tentoonstelling, en dus ook de catalogus, opgezet is, maakt het lastig om het verhaal te vertellen. De tentoonstelling is ingedeeld rond een tiental hoofdpersonen. Doordat er vaak maar weinig van hen bekend is, wordt het een wat gemaakte constructie. Telkens denk je een levensverhaal te horen, maar krijg je niet veel meer te zien dan een vage schim.

Bovendien is het uitgangspunt van de tentoonstelling geweest om te onderzoeken wat er in de collectie van het Rijksmuseum te vinden is over slavernij. Die keuze zorgt voor een beperkt perspectief. Het laat daarmee ook de lastige positie zien van het museum, dat niet alleen ’s lands belangrijkste kunst- maar ook historisch museum wil zijn. Een ambitie die het niet echt kan waarmaken.

De grootste indruk in de tentoonstelling op mij kwam dan ook niet voort uit historisch materiaal, maar uit een groot modern kunstwerk van de Beninse Romuald Hazoumé. (https://www.rijksmuseum.nl/nl/stories…) Met delen van jerrycans maakt hij een slavenschip. Dit werk bracht me dichterbij de ervaring dan de rest van de tentoonstelling.

Lees “Uitgelezen: Slavernij” verder

Uitgelezen: De kosmische komedie van Frank Westerman

In De kosmische komedie neemt Frank Westerman ons mee met de geschiedenis van de astronomie en de ruimtevaart. Hij beschrijft het als een verlangen naar het goede bovenaardse en een streven de zondige benedenwereld te verlaten.

Dat is voor mij een van de oorzaken waardoor het boek wringt. De voortdurende goed-slecht-tegenstelling, komt gekunsteld over. In de beschrijving van Westerbork, met zijn kamp en radiotelescoop, vind ik het zelfs pijnlijk gezocht.

Er zit nog een laag onder, waar Westerman echt de plank misslaat. Keer op keer verwoordt hij een strijd tussen religie en wetenschap. Een schijntegenstelling volgens mij. De wetenschappers waren niet bezig te strijden tegen de religie, ze waren naar kennis op zoek. De religie verzette zich daartegen. Er was dus geen sprake van een onderlinge, maar van een eenzijdige strijd.

Helemaal stuitend wordt het als hij de diepe zorgen om het klimaat gelijkstelt aan eindtijdsverwachtingen in vroeger eeuwen. Daarbij negeert hij dat de huidige zorgen wetenschappelijk gefundeerd zijn, en geen kwestie van geloof zijn.

Lees “Uitgelezen: De kosmische komedie van Frank Westerman” verder

Uitgelezen: Beter wordt het niet van Caroline de Gruyter

Beter wordt het niet. Een reis door het Habsburgse Rijk en de Europese Unie van Caroline de Gruyter is een plezier om te lezen. De nrc-columniste die al ruim twintig jaar over Europa schrijft, heeft een prettige pen en een goede neus voor anekdotes. Toch valt haar boek wat tegen.

Het werk gaat mank onder hetzelfde euvel als veel andere journalistieke boeken: het is ontstaan uit vele losse beschouwingen die maar moeilijk tot een doorlopend geheel willen worden.

De Gruyter probeert dat wel: haar rode draad is een vergelijking tussen het Habsburgse Rijk (met al zijn bevolkingsgroepen) en de Europese Unie. Een thema dat zich aan haar aandiende, toen ze na een correspondentschap in Brussel naar Wenen verhuiste.

Ze schrijft mooie en goed geïnformeerde stukken over zowel de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie als over de Europese landen en hun unie. Maar het voortdurend heen en weer springen tussen die twee doet geforceerd aan. Ze had zich beter op de geschiedenis en de doorwerking in Midden-Europa kunnen richten, en de vergelijking met Europa bewaren tot een laatste hoofdstuk. Daarin had ze bijvoorbeeld aandacht kunnen besteden aan hoe de geschiedenis in verschillende landen doorwerkt in hun houding ten opzichte van Europa. Want juist de delen die dat belichten, bijvoorbeeld naar aanleiding van een gesprek met de Hongaarse ambassadeur in Noorwegen, geven het meeste inzicht.

Lees “Uitgelezen: Beter wordt het niet van Caroline de Gruyter” verder

Uitgelezen: Raoul de Jong, Jaguarman

Raoul de Jong (1984) is een danser. Zo iemand die de raarste bewegingen normaal doet lijken. Alsof ze vanzelf voortkomen uit de voorgaande beweging en moeiteloos tot stand gekomen zijn.

Hij is ook een schrijver. Hij schrijft zoals hij danst. Gracieus, licht, meeslepend. Alleen dat al maakt zijn nieuwste boek, Jaguarman, een genot om te lezen.

Het is een veelzijdig werk. Kunstig vlecht De Jong de strengen door elkaar: een zoektocht naar de vader en de eigen identiteit, een reisverslag, een beschouwing over de geschiedenis en de literatuur van Suriname, een oproep tot een positieve levenshouding.

De kiem van het boek ligt in de ontmoetingen die De Jong vanaf zijn zevenentwintigste had met zijn vader. De Jong had zijn Surinaamse verwekker, die zijn Hollandse moeder nog voor de bevalling verliet, niet eerder gesproken. Tot de ontmoeting had hij nog nooit interesse gevoeld voor zijn Surinaamse wortels.

Dat verandert zodra zijn vader hem vertelt over hun voorouders, en vooral over Jaguarman, de medicijnman die zich in een jaguar kon veranderen. De Jong besluit op onderzoek uit te gaan. Eerst leest hij zich in, dan vertrekt hij naar Suriname.

Lees “Uitgelezen: Raoul de Jong, Jaguarman” verder

Van lichtmatroos naar brave Hendrik

De eerste liedjes over Indië waren oproepen om aan te monsteren op de schepen van de V.O.C. Dat was niet zo vreemd, vertelde emeritus hoogleraar koloniale literatuur Bert Paasman bij zijn gastcollege over liedjes over de Oost en de West. In de 17e en 18e eeuw kon maar zo’n 40 procent van de Nederlanders lezen. Dus werden op de markten liederen gezongen om jonge mannen te verleiden.

Erg aantrekkelijk was het zeemansleven niet. De reis naar de Oost duurde bijna een jaar. De helft van de bemanningsleden keerde nooit terug naar de Republiek. Deels omdat men zich in Indië vestigde, maar toch vooral doordat ze de reis niet overleefden.

Hoe de jongens dan toch zo ver te krijgen dat zij familie en goed achterlieten. Het antwoord was simpel: door die producten voor te spiegelen waar jongen mannen naar verlangen en altijd te weinig hebben: geld en sex.

(Tekst bij de Nederlandse Liederenbank.)

Het lied deed me denken aan de reclames voor defensie, die al decennia te zien op televisie. Deze verleiden met avontuur, heldhaftige muziek, lage camerastandpunten en donkere belichting. En ook hier wordt het gezin achtergelaten.

Van betaling in goud en vrouwen is echter geen sprake meer. De beloning bestaat nu uit persoonlijke ontwikkeling.

Want avontuur is mooi, maar het moet wel een beetje netjes blijven.

Deze blogpost maakt deel uit van een serie naar aanleiding van de collegereeks Caraïbische dromen door prof. Michiel van Kempen van de Universiteit van Amsterdam. Lees hier de andere blogposts.

Onderhandel altijd in een schone onderbroek

Zorg altijd dat je schoon ondergoed aan hebt als je van huis gaat. Dat zeggen moeders al eeuwen, en niet omdat ze je halfnaakt de straat op willen sturen.

Zo ook met onderhandelingen. Ondanks alle roep om transparantie weten we heus wel, dat die zich niet in het openbaar kunnen afspelen.

De essentiële vraag bij vertrouwelijk overleg is: mag wat wij nu in het geheim bespreken nog níet bekend worden, omdat dat het proces verstoort? Of mag het nóóit bekend worden, omdat we geschreven en ongeschreven regels aan ons laars lappen? Want de andere deelnemers en de buitenstaanders moeten erop kunnen vertrouwen, dat die regels gerespecteerd worden.

Dus als er wat uitlekt, moet je kunnen zeggen: vervelend dat het nu op straat ligt, maar ik kan wel uitleggen waarom het nodig was. Net zoals: balen dat mijn broek afzakt, gelukkig maar dat er geen gaten in mijn onderbroek zitten.

Als je vergeetachtigheid moet veinzen, geef je aan iets gedaan te hebben wat het daglicht niet velen kan. Helemaal als je anderen erbij probeert te lappen. Je hebt dan het vertrouwen geschaad. Vertrouwen dat noodzakelijk is om in beslotenheid te kunnen overleggen.

Mark Rutte stond in zijn hemd. En zijn hemd was niet schoon.



Uitgelezen: De stille kracht van Louis Couperus

In de vierde klas van de middelbare school schreef onze leraar geschiedenis een rijtje Russen en hun belangrijkste boeken op het bord. „Iedereen zou voor zijn twintigste vijf van deze boeken gelezen moeten hebben,” zei hij de klas. Het lukte me, en de Russen hebben me nooit meer los gelaten.

Bij de lessen Nederlands kregen we zo’n opdracht niet. Zou het daarom nog ruim dertig jaren duren tot ik een boek van Louis Couperus las? En nu, mede door de collegereeks over Caraïbische literatuur, pas een tweede boek: De stille kracht? Wat heb ik al die jaren gemist!

Lees “Uitgelezen: De stille kracht van Louis Couperus” verder