Testdrempel

Ik had verschijnselen en liet me testen. Gelukkig niets aan de hand. (En de test is lang niet zo vervelend als wel wordt gezegd).

Tot zover geen bijzonderheden.

Wat me wel opviel: hoe lastig ik het vond om de stap te zetten. Terwijl ik me de afgelopen maanden verantwoordelijk gedragen heb. Eerst zoveel mogelijk thuisblijven, daarna drukte mijden (ik ging al eens onverrichterzake bij een winkel weg, omdat ik het te druk vond). Het braafste jongetje van de klas dus.

Maar me laten testen zodra ik verschijnselen had, vond ik lastiger.

Eerst was het de laatste schoolweek, die ik mijn kinderen na dit rare jaar niet wilde ontnemen. Vervolgens de vrees voor een positieve uitslag: zou ik daarmee de oudste zijn (al tot twee dagen teruggebrachte) scoutingkamp ontnemen?

Ik ben blij dat ik nu duidelijkheid heb. Maar verbaasd ben ik wel over de moeite die het me kostte om rationele keuzes te maken.

En dat maakt het maken van goed beleid zo ingewikkeld.

Luister naar Een groot man en een goede man van François Haverschmidt

Een experiment: ik heb een verhaal van François Haverschmidt ingelezen. Omdat de bundel Familie en kennissen uit (1876) zo onterecht onbekend is. En om eens een keer te proberen. Het klink nog niet helemaal geweldig (het is lastig om de verschillende opname-delen in dezelfde kwaliteit te krijgen), maar als je het niet probeert, dan leer je het niet.

Jan-Willem Swane · François HaverSchmidt – Familie en kennissen – Een groot man en een goed man

Ik heb het vooral hier neergezet om te horen wat je er van vindt? Wat kan beter? Wil je meer horen? Laat het me weten!

2019 in lijstjes: boeken

Van de vijfendertig boeken die ik dit jaar las, sprong er een boven alles uit.

Manon Uphoff, Vallen is als vliegen.

Er zijn boeken die je betoveren door hun mooie taal, hun rijke beelden, hun ritme. Er zijn ook boeken die je overdonderen, omdat ze je een onbekende wereld laten zien, of nog beter, een bekende wereld van een onbekende kant.

Manon Uphoffs Vallen is als vliegen is een van die zeldzame boeken die dat allebei doen. Waarin de grenzen tussen vorm en inhoud vervagen.

Dat kan ook niet anders, omdat de gruwelijke inhoud (leven in een gezin met een incestueuze vader) de vorm nodig heeft. Alleen zo kan Uphoff de ambiguïteit overbrengen, zo kan ze de valkuilen van de slachtofferkitsch vermijden.

In een interview in de Volkskrant verklaarde Uphoff dat er een leven voor en na Vallen is als vliegen is. Voor deze lezer is dat niet anders.


Ik las nog meer moois:

Jaan Kross, Tussen drie plagen.

Een vierdelige roman over het zestiende eeuwse Estland. Kross schreef historische romans om onder de Sovjet-censuur uit te komen. Dat het boek toont hoe het eigenbelang telkens het collectieve belang ondergraaft, is dan ook geen toeval. Dat hier nog geen Netflix-serie van gemaakt is, verbaast me.

Bart van Loo, De Bourgondiërs.

Haast een roman vermomd als historisch overzichtwerk. Extra mooi als je er ook de Klara-podcast bij beluistert.

Esther Gerritsen, De trooster.

Stille roman over hoe het machtige het kleine blijft overdonderen, ook als het tot inkeer wil komen.

Thomas Rueb, Laura H..

Meeslepend relaas over hoe een Zoetermeers meisje zich in de IS-hel laat slepen. Vooral haar voorgeschiedenis is indrukwekkend. Misschien wel wat naïef over haar eigen motieven.

Annet Schaap, Lampje.

Dit kinderboek heeft niet voor niets vorig jaar alle prijzen gehad die jeugdliteratuur kan krijgen. Spreekt een veelvoud aan emoties aan. Zouden ook alle volwassen boekenliefhebbers moeten lezen.

2019 in lijstjes: podcasts

Ik luisterde in 2019 weer veel podcasts. Toen ik nadacht over de series die de grootste indruk op me hadden gemaakt, bleken het allemaal Nederlandse producties te zijn. De rode draad is het enthousiasme (of de doorleefdheid) waarmee de makers over hun onderwerp spreken. In alfabetische volgorde:

Boeken FM

In deze podcast van Das Mag en De Groene Amsterdammer wordt iedere maand een boek uitvoering besproken door dichter Ellen Deckwitz en auteur, recensent en adjunct-hoofredacteur Joost de Vries. Ik hou niet alleen van de diepgravende manier waarop zij de boeken analyseren, maar ook van de heerlijke ironische en plagerige toon van hun gesprek.

https://www.groene.nl/rubriek/boeken-fm

Fab4Cast

Ik had nooit zoveel met The Beatles – net te laat geboren. Maar toen een collega naar het concert van The Analogues ging, besloot ik er toch eens in te duiken. In de Fab4Cast diepen Jan-Cees ter Brugge (auteur van de boeken ’In Bed Met John & Yoko’ en ‘The Beatles in Holland’), Wibo Dijksma (maker van diverse Beatles-projecten bij NPO Radio 2) en Michiel Tjepkema de geschiedenis en de muziek van The Beatles en de solocarrières van de Beatles uit. Met prachtige montages ontleden ze opnames tot op het bot. Al zes jaar en 133 afleveringen lang. Het is een ontdekkingstocht voor me, en al maanden heb ik de hele dag Beatles-wijsjes in mijn hoofd.

Wil je een iets compactere inleiding horen: AVROTROS heeft de radio-serie Get Back uit 1987 (26 afleveringen, met Hans Schiffers) online gezet.

De Grote Vriendelijke Podcast

Deze podcast heeft mij weer aangezet tot het lezen van kinder- en jeugdboeken. Jaap Friso en Bas Maliepaard gaan vol enthousiasme in gesprek met auteurs, illustratoren en vertalers.

http://www.degrotevriendelijkepodcast.nl/

NRC Haagse Zaken

Wekelijks spreekt Lamyae Aharouay met twee wisselende NRC-redacteuren over een actueel onderwerp. In een klein uur worden ingewikkelde thema’s, zoals het pensioenstelsel, stikstof en de Binnenhofverbouwing, glashelder neergezet. Erudiet en geestig, niet in de laatste plaats door de presentatie. Zo wordt politiek weer leuk.

(Dat laatste geldt ook voor De Stemming van Vullings en Van der Wulp, opvolger van De Stemming van Vullings en Van Weezel, maar dat gaat iets meer over het politieke spelletje en minder over de inhoud).

https://www.nrc.nl/rubriek/haagse-zaken/

https://www.nporadio1.nl/podcasts/de-stemming-van-vullings-en-van-der-wulp

Verstrikt

Maarten Dallinga maakte voor Omroep Gelderland een even gevoelige als evenwichtige podcast over het lastige onderwerp suïcide. Het onderwerp, zo blijkt uit de afleveringen, dat iedereen het liefst zo veel mogelijk uit de weg gaat. Ik voelde aanvankelijk huiver om het te beluisteren, maar vond het uiteindelijk meer steunend dan bedreigend.

https://www.omroepgelderland.nl/verstrikt

Uitgelezen: Spiegel spiegel schouder van Dorthe Nors

Ik las de roman Spiegel spiegel schouder van de Deense Dorthe Nors. Over de ondragelijke lichtheid van de eenzaamheid.

Eén lijn gaat over de (verkruimelde) relatie tussen de hoofdpersoon Sonja, verhuisd naar Kopenhagen, en haar zus Kate, die in Jutland is blijven wonen.

Het boek liet me inzien wat de relatie tussen broers/zussen zo gecompliceerd kan maken. Doordat ze dezelfde afkomst hebben, verbeelden ze de niet-gemaakte keuzes, de gemiste kansen. Dikwijls gaan oordelen over broers en zussen over jezelf.

Terwijl er weinig lijkt te gebeuren, zit de roman vol met dit soort ontdekkinkjes. Prachtig boek dus.

Manon Uphoff, Vallen is als vliegen

Het zou je kunnen afschrikken, een herinnering van een schrijfster aan haar incestueuze vader en haar (stief)zussen. Dat zou zonde zijn.

Want Vallen is als vliegen van Manon Uphoff is geen standaard getuigenisliteratuur. Daarvoor is de vorm te literair, en vooral het verhaal te ambigu. Uphoff zoekt naar woorden en beelden die de complexiteit kunnen uitdrukken. Een taal waar je volop van zou kunnen genieten als het niet zo gruwelijk was.

Uphoff omschrijft het daadwerkelijke misbruik bijna tussen neus en lippen. Juist die kleine tussenzinnetjes komen keihard aan.

Wat ze vooral beschrijft is de verwarring in het hoofd van het jonge kind. Want er is ook toenadering, aandacht. Goed en kwaad zijn niet van elkaar gescheiden, maar lopen door elkaar heen, waardoor er niets rest dan verwarring. Waar jaren later de schuld van de overlevende bijkomt.

Vallen is als vliegen is een van de krachtigste boeken die ik in tijden las. Verbijsterend en betoverend.

Na mijn opa de toverberg op

Deze zomer nam ik een enkel boek mee op vakantie: Der Zauberberg van Thomas Mann. Ik dacht dat een dikke pil meer rust zou geven dan een stapel losse flodders. En dat deed het.

Dik in het aantal pagina’s, maar niet dik in centimeters. Ik had namelijk een Duitse dundrukuitgave uit 1929 mee. Een exemplaar dat nog van mijn opa was geweest. En, als de sporen me niet bedrogen, ook door hem gelezen was.

Het gaf een bijzondere sensatie. Hoe ik, misschien wel zeventig jaar na hem, dezelfde letters tot me nam. Zo tegengesteld als we waren, door een onzichtbare draad met hem verbonden. Hij een ultraconservatieve ultramontaanse ondernemer, ik een een anti-revolutionaire sociaal-liberaal (geloof ik).

Om het geheugen op te frissen: in Der Zauberberg (De Toverberg) bezoekt de 24-jarige Hans Castorp zijn neef Joachim in een tbc-sanatorium in het Zwitserse Davos. Hij is van plan drie weken te blijven. Maar als zo vaak: zodra je je in medische kringen begeeft blijk je vanzelf ziek. En zo worden drie weken zeven jaar.

Ver weg van de gewone wereld (in een tijd dat berichten niet a la minute binnenkomen) neemt de tijd een andere loop. We zijn getuige van het langzame leven (waarin je tergend langzaam verliefd kunt worden) en ellenlange gesprekken. Een boek dat je niet kunt kraken met de vraag “wat bedoelt de auteur?”

Dus rest “wat zegt het boek mij?” Bij klassieke boeken helemaal. Wat het boek voor mij betekent, heeft het vast niet voor mijn grootvader betekent. Het boek ontwikkelt zich met de tijd mee. Gebeurtenissen waarvan de auteur nog geen weet kon hebben oefenen hun invloed uit op de leessensatie.

Een aantal weken nadat ik het boek voor de laatste keer dichtsloeg blijft een idee het sterkste bij me hangen: hoe dicht de liefde en de levensovertuiging bij elkaar liggen. Hoe ze zich in je vastgrijpen en verloochening leidt tot zelfvernietiging. Er wordt gevochten om vrouwen en om volgelingen. Zo beconcurreren de humanist Settembrini en de fanatieke katholiek Naphta om de aandacht van Hans Castorp. Het loopt niet goed af. Die große Gereizheit, oftewel de grote irritatie. Botsing tussen drift en beschaving.

De grote klassieke romans geven je vaak een ander perspectief op het heden. Het is dus vast geen toeval dat juist dit thema er voor me uitspringt. In een tijd dat discussies verharden en onder de oppervlakte een seksuele lading krijgen.

Mijn opa heeft er vast iets anders uitgehaald. Ik kan het hem niet meer vragen.

Een opstap naar Couperus

Ik lees graag Duitse romans. En ik lees graag romans in het Duits. Ik hou van de toon en het ritme van de taal, van de precisie. De verschillen met het Nederlands maken me taalbewuster. Doordat Duits lezen me meer moeite kost dan Nederlands, lees ik met meer aandacht. Een Duitse roman in het Duits lezen brengt me daardoor meer dan hem in vertaling lezen.

Maar ik ben niet tegen vertalingen. En ik ken ook niemand die tegen vertalingen is.

Sinds een paar maanden brengt docent Nederlands en schrijfster Michelle van Dijk hoofdstuk voor hoofdstuk een hertaling van Van oude mensen, de dingen die voorbij gaan van Louis Couperus uit. Een vertaling, niet van de ene naar een andere taal, maar van de taal van de negentiende naar die van de eenentwintigste eeuw.

Haar liefdewerk oud papier blijkt (op Twitter, waar anders) een enorm verzet op te roepen. Gadverdamme, een verkrachting van Couperus’ taal, een aanmatigende poging et cetera. Soms uit de mond van echte liefhebbers, soms met ogenschijnlijk andere bedoelingen.

De opwinding bevreemdt mij. Kijk hier eens de eerste alinea’s van het werk, in origineel en hertaling.

Origineel.

Hertaling.

Onvermijdelijk gaat er bij een hertaling iets verloren, net zoals dat bij een vertaling het geval is. De echte liefhebber zal altijd het origineel prefereren. Maar dat hier het werk van Couperus omgebracht wordt, lijkt me ernstig overdreven.

Wat de critici niet zien is dat het origineel voor velen echt ontoegankelijk is. Neem alleen al de eerste zin. Wat als je het woord vestibule niet kent? Dan zoek je het toch op, zou je zeggen. Zeker. Maar er is een grens aan het aantal onbekende woorden dat de meeste lezers aankunnen.

Ik heb een schrijver van jeugdboeken ooit horen uitleggen hoe een kind kan testen of een boek voor hem geschikt is. Lees een pagina en tel het aantal woorden dat je niet kent. Zijn het er twee of drie, dan is het boek goed. Zijn het er minder, dan is het te gemakkelijk, en bij meer vingers is het te moeilijk.

Voor jongeren en volwassenen is het vast niet anders. Te veel onbekende woorden maakt een boek onleesbaar. Dan leer je er niets van. Probleem is dat het voor een geoefende lezer lastig voor te stellen is wat een boek lastig maakt voor een minder geoefende lezer. Hij realiseert zich niet dat vestibule een moeilijk woord is dat hij ooit ook niet kende.

Een hertaling maakt mooie klassieke literatuur toegankelijk voor minder geoefende lezers. Dat hoeven overigens niet alleen jongeren te zijn. Het kan ook gaan om volwassen lezers voor wie Nederlands niet de moedertaal is, maar die wel kennis willen maken met de Nederlandse cultuur. Die wil je toch niet tegenhouden?

Niemand hoeft de hertaling mooi te vinden, niemand hoeft hem te lezen. Sterker, de originele tekst is voor iedereen gratis te downloaden op de (te weinig bekende) digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren.

Maar anderen de toegang tot het werk ontzeggen stuit me tegen de borst. Het riekt me te veel naar buitensluiten.

Op de middelbare school haalde ik tweeën voor Duits. Had je me toen verteld dat ik ooit romans in het Duits zou lezen, dan had ik je uitgelachen. Gelukkig waren er vertalingen die mij kennis lieten maken met de Duitse literatuur. Ik had de vertalingen als opstap nodig.

Volgens mij is de hertaling van Couperus net zo’n opstap.

Zwarte Piet en het milieu: hoe houden we het gezellig?

Twee rechtszaken deze week die veel aandacht trokken en ogenschijnljk niets met elkaar te maken hebben. De strafzaak tegen de blokkade-Friezen die de ZwartePiet-tegenstanders op de snelweg tegenhielden. En Urgenda, dat bij het Haagse Hof wist af te dwingen dat de staat snel de CO2-uitstoot moet terugdringen (overigens, als je meer wil weten hoe deze laatste zaak juridisch in elkaar zit, dan raad ik je van harte aan om naar aflevering S03E07 van de NRC-podcast Haagse Zaken te luisteren).

Voor mij is het wel duidelijk welke zaak het belangrijkste is. Het snel stoppen van de opwarming is een halszaak, het stoppen van Piet-tegenstanders een achterhoedegevecht. Want als je echt om kinderen geeft, dan maak je je druk om het klimaat in plaats van om Zwarte Piet, tweette ik deze week al.

Maar bij langer doordenken bleken de issues meer met elkaar te maken te hebben. Ik kwam tot dat inzicht door een blog op de geschiedenis-site Over de Muur. In het artikel Het goedpraten van het koloniale verleden is gezelligheidsfundamentalisme laat Larissa Schulte Nordholt zien hoe de (typische Nederlandse?) druk om het gezellig te houden, een open discussie over Zwarte Piet (en ons koloniaal verleden) in de weg zit. Want wie het feest verpest mag niet meer mee doen.

Ik realiseerde me dat het bij de klimaatdiscussie niet anders is. Het is natuurlijk prima om de staat te dwingen stappen te zetten, maar uiteindelijk zullen wij met z’n allen het milieu (en daarmee de toekomst van onze kinderen) moeten redden door bewustere keuzes te maken. Niet door kleine stapjes, maar door echt ons leven te veranderen. Door veel minder vlees te eten (een hobbel die ik zelf maar langzaam neem) of door veel minder te vliegen.

En daar zit hem de crux. Want zoals het niet prettig is om tijdens het sinterklaasfeest in het bijzijn van kinderen te beginnen over de aanstootgevendheid van Zwarte Piet, zo ga je ook niet bij het bespreken van de vakantieplannen vragen waarom je vrienden eigenlijk gaan vliegen. Staan voor een goed doel is een, maar je onmogelijk maken in je vriendenkring is wel een hoge prijs. (En eerlijk gezegd, over een paar jaar zou ik graag met mijn naasten naar Noorwegen gaan).

Toch staat die discussie ons wel te wachten. Net zoals enkele decennia geleden het als ongastvrij gezien werd, als je bezoek vroeg om niet in je huis te roken (en de roker die ik toen was zou er ook weinig van begrepen hebben). Terwijl nu een roker het niet meer in zijn hoofd haalt om zomaar een sigaret op te steken in het huis van een niet-roker.

Ja, kun je zeggen, dat gaat om je eigen huis. Maar deze planeet is ook mijn huis, en het jouwe. En al helemaal het huis van onze kinderen. Dus misschien moesten we er toch maar iets van gaan zeggen.

Heb jij een idee hoe we dat slim kunnen doen?

Kleine ergernissen worden groot

In het waterreservoir van het koffiezetapparaat zit een gat. Als je het te vol giet, stroomt het water er aan de achterkant weer uit. Het apparaat is niet stuk, het is zo gemaakt.

Meestal zet ik twee koppen, en dan is er geen probleem. Als je meer wil zetten voor je bezoek moet je goed kijken. Want het gaatje is maar lastig te zien. En anders moet je het aanrecht dweilen. Het is een ongemak waar je je niet gek door laat maken.

Maar toen kwam ik een bijna identiek apparaat tegen in een vakantiehuisje. Met een glazen in plaats van een thermoskan. En zonder gaatje.

In de glazen kan past 1,2 liter koffie, in de thermoskan maar 0,9. De firma Philips heeft besloten om met haar tijd mee te gaan en een koffiezetapparaat in de markt te zetten met thermoskan. Daarvoor heeft ze niet iets nieuws gemaakt, maar iets ouds gesloopt.

En nu kan ik er niet meer zo goed tegen.