Filmrecensie: The big Lebowski

  • Verenigde Staten, 1998
  • Regie: Joel Coen
  • Met: Jeff Bridges, John Goodman, Julianne Moore, Steve Buscemi, John Turturro
  • Scenario: Ethan Coen en Joel Coen
  • Camera: Roger Deakins
  • Geluid: Skip Lievsay
  • Montage: Ethan Coen en Joel Coen (als Roderick Jaynes) en Tricia Cooke
  • Art directie: Rick Heinrichs
  • Muziek: Carter Burwell
  • Technicolor, DTS/Dolby Digital/SDDS, 117 minuten
  • Gezien: 5 mei 1998, Sneak Preview, Camera Utrecht

Iedere film van de Coen-broers (Raising Arizona, Fargo) verschilt sterk van de voorafgaande. Toch is er een element dat ze verbindt: de groteske humor. Bij The big Lebowski is de humor de kern: het verhaal lijkt bijzaak, eigenlijk is het een grote McGuffin.

Zoals gewoonlijk zijn de dialogen prachtig. Maar er is deze keer ook een flinke dosis slapstick aanwezig. Het opmerkelijke is, dat een behoorlijk aantal grappen niet bijster origineel zijn, terwijl je ze toch niet ziet aankomen. Ze worden zo goed in beeld gebracht en getimed, dat ze weer oorspronkelijk worden. De humor van de Coens is altijd wat afstandelijk. Dit is niet aan iedereen besteed. Maar voor wie er van houdt is hij onovertroffen

De film gaat over de aan lager wal geraakte Lebowski (Jeff Bridges), bijgenaamd The Dude, die op een dag bezoek krijgt van een aantal ongure types. Ze zeggen dat zijn vriendin hun baas geld schuldig is, terwijl de Dude geen vriendin heeft, en pissen op zijn kleed. De Dude ontdekt dat hij een rijke naamgenoot heeft, die het doelwit was. Als hij bij hem verhaal gaat halen begint de ellende, zeker als zijn bowlingmaatje Walter (John Goodman) zich ermee gaat bemoeien.

De broers hebben ook een gelukkige hand in het uitzoeken van de acteurs. Ze kiezen meer voor karakter dan voor uitstraling. Jeff Bridges is de meester de sulligheid en John Goodman doet weinig voor hem onder. John Turturro komt maar in twee scenes opdagen, maar laat een onuitwisbare indruk achter als een hele foute bowlingspeler.

En dan is er natuurlijk de vormgeving. Ook al zo’n punt waar de broertjes in uitblinken. In The big Lebowski hebben ze de slonzigheid van het dagelijks leven geplaatst tegenover de rijkheid van dromen. Die dromen geven de gelegenheid om een uitstapje te maken naar andere filmgenres en dat levert heerlijke scenes op. En een bowlingbaan ziet er voorgoed anders uit, al is het maar omdat je hem vanuit een bowlingbal bekeken hebt.

Op het eerste gezicht is The big Lebowski niet zo’n gelaagd meesterwerk als bijvoorbeeld Fargo. Maar het kijken blijft een feest door de dialogen, het spel en de vormgeving. Het was lang geleden dat ik zo hard gelachen heb bij een film en ik geloof niet dat ik de enige was in de zaal.

  • Cijfer (0-10): 9

Leave a Reply