Linkse eenheid

Job Cohen bepleitte zaterdag in het NRC Handelsblad een fusie van de linkse partijen. Het illustreert dat links denkt vanuit de partij, niet vanuit de kiezer.

De huidige politieke geschiedenis kent drie fusiepartijen: CDA, GroenLinks en de ChristenUnie. Twee daarvan laten zien dat de som niet altijd meer is dan de delen. Partijen kunnen besluiten tot fuseren, maar uiteindelijk kiest de kiezer. Er staat vast weer een nieuwe linkse partij die kiezers trekt.

Het geheim van rechts zit hem niet in de fusiekracht; het is politiek vernuft dat het verschil maakt.

CDA en VVD zijn als twee geliefden met een vrije relatie. Hoe ze ook vreemdgaan, ze houden het bed warm voor elkaar. En voor andere partijen met een rechtse signatuur. Ook als op onderwerpen extreme ideeën erop nahouden zijn ze welkom.

In de linker sponde is er meestal er een grotere (en openlijker) strijd wie zich tussen de lakens mag voegen. Het is tekenend dat Cohens genadeslag kwam na een toenadering tot de SP.

Toch is het de vraag of de linkse partijen het zouden redden met de rechtse aanpak. De linkse kiezer is de rechter niet. De rechtse partijen trekken over het algemeen kiezers die financieel en maatschappelijk succes hebben bereikt, of daaropuit zijn. (De PVV is hierbij het buitenbeentje, wat in het kabinet Rutte ook meermalen is gebleken). Dit succes bereik je over het algemeen door opportunisme. De rechtse kiezer, zo lijkt mij, accepteert dat opportunisme ook van politici. Zo ga je te werk als je wat wil bereiken.

De linkse kiezer is door de bank genomen idealistischer en rekent zijn voormannen het verlaten van de leer aan. Hij houdt zijn politici aan de leiband.

En zo leidt succes bij de bank ook tot succes in de volksvertegenwoordiging.

Leave a Reply