Verraderlijk comfort

Het moet gezegd worden: comfort had in de gedachtenwereld van mijn held altijd een zeer grote plaats ingenomen. En bij wie van de respectabele weldenkende jongelieden van onze tijd is dat eigenlijk niet zo? Schrijver dezes is tot de onwrikbare overtuiging gekomen, dat voor ons, kinderen van deze eeuw, roem… liefde… wereldomvattende ideeën… onsterfelijkheid… niets zijn vergeleken bij comfort. Al het andere leeft slechts bij toeval in onze ziel: het comfort met zijn onmetelijke aantrekkingskracht is het enige dat wij op onze weg voor ons zien. Daarop zijn al onze inspanningen gericht. Dat is ons enige idool en daaraan offeren we al wat ons dierbaar is op, al moeten we daarvoor het innigste deel van ons hart uitrukken, de hoofdslagader openrijten en doodbloeden, als dat maar heel dicht bij ons idool, op het voetstuk van ons gouden kalf, gebeurt! Omwille van het comfort werkt men zich dood! Omwille van het comfort kromt men zich, buigt men zich, sust men zijn geweten tientallen jaren lang!… Omwille van het comfort verlaat men zijn gezin, zijn vaderland, reist men de wereld rond, verdrinkt men en komt men van honger om in de steppen!… Omwille van het comfort tracht men langs eerlijke en oneerlijke weg een erfenis te krijgen; omwille van het comfort neemt men steekpenningen aan en begaat men, in laatste instantie, een misdaad!

Het taalgebruik verraadt de gedateerdheid, maar zouden deze woorden niet nog steeds toepasbaar zijn? Ze zijn geschreven in 1858. Vergeten, maar mooi en indrukwekkend.

A.F. Pisemski, Duizend zielen, (G.A. van Oorschot, Amsterdam, 1972) 170-171.

Geef een reactie