Hubris

Het eerste woord dat me te binnenviel bij de exit-poll in het Verenigd Koninkrijk donderdagavond was hubris. Want je hebt niets aan een gymnasiumopleiding, maar het komt soms wel van pas.

Meestal wordt hubris vertaal met overmoed of hoogmoed, maar dat dekt de lading niet helemaal. Minstens zo belangrijk is het idee dat de dader/slachtoffer door zijn kortzichtige gedrag de wrok van de goden over zich afroept. Het is daarmee een typisch theatrale duiding van de werkelijkheid, die vervuld wordt met de dramatische ontknoping. Het roept bij de kijker een net-goed-reactie op.

Want hubris is een gemakkelijk verwijt, dat pas gemaakt wordt nadat iemand publiekelijk ten val gekomen is. Wie slaagt krijgt nooit te horen dat hij tenauwernood aan hubris is ontsnapt. Dan spreken we van lef.

Is het dan toeval welk oordeel je ten deel valt, afhankelijk van het eindresultaat? Zijn externe factoren (een boven verwachting presterende kandidaat, Russisch ingestoken nepnieuws) bepalend?

Of is de moderne invulling van lef en hubris met name afhankelijk van een risico-inschatting? Is het lef als je er voor kiest iets riskants te doen, en je je er bewust van bent dat je er alles aan moet doen om succes te hebben? Terwijl hubris verleidt tot een verslapping van de aandacht, omdat je denkt dat de race al gelopen is?

(Een modern verschil, omdat Icarus veel te verwijten valt, maar geen gebrek aan inzet. Hij weigert naar zijn vader en zijn goden te luisteren. Iets wat wij tegenwoordig amper als strafbaar feit aanmerken.)

Als aan de moderne hubris vooral een onderschatting van risico ten grondsslag ligt, dan lijkt het recept niet voorzichtigheid, maar volharding.

Geef een reactie