Een opstap naar Couperus

Ik lees graag Duitse romans. En ik lees graag romans in het Duits. Ik hou van de toon en het ritme van de taal, van de precisie. De verschillen met het Nederlands maken me taalbewuster. Doordat Duits lezen me meer moeite kost dan Nederlands, lees ik met meer aandacht. Een Duitse roman in het Duits lezen brengt me daardoor meer dan hem in vertaling lezen.

Maar ik ben niet tegen vertalingen. En ik ken ook niemand die tegen vertalingen is.

Sinds een paar maanden brengt docent Nederlands en schrijfster Michelle van Dijk hoofdstuk voor hoofdstuk een hertaling van Van oude mensen, de dingen die voorbij gaan van Louis Couperus uit. Een vertaling, niet van de ene naar een andere taal, maar van de taal van de negentiende naar die van de eenentwintigste eeuw.

Haar liefdewerk oud papier blijkt (op Twitter, waar anders) een enorm verzet op te roepen. Gadverdamme, een verkrachting van Couperus’ taal, een aanmatigende poging et cetera. Soms uit de mond van echte liefhebbers, soms met ogenschijnlijk andere bedoelingen.

De opwinding bevreemdt mij. Kijk hier eens de eerste alinea’s van het werk, in origineel en hertaling.

Origineel.

Hertaling.

Onvermijdelijk gaat er bij een hertaling iets verloren, net zoals dat bij een vertaling het geval is. De echte liefhebber zal altijd het origineel prefereren. Maar dat hier het werk van Couperus omgebracht wordt, lijkt me ernstig overdreven.

Wat de critici niet zien is dat het origineel voor velen echt ontoegankelijk is. Neem alleen al de eerste zin. Wat als je het woord vestibule niet kent? Dan zoek je het toch op, zou je zeggen. Zeker. Maar er is een grens aan het aantal onbekende woorden dat de meeste lezers aankunnen.

Ik heb een schrijver van jeugdboeken ooit horen uitleggen hoe een kind kan testen of een boek voor hem geschikt is. Lees een pagina en tel het aantal woorden dat je niet kent. Zijn het er twee of drie, dan is het boek goed. Zijn het er minder, dan is het te gemakkelijk, en bij meer vingers is het te moeilijk.

Voor jongeren en volwassenen is het vast niet anders. Te veel onbekende woorden maakt een boek onleesbaar. Dan leer je er niets van. Probleem is dat het voor een geoefende lezer lastig voor te stellen is wat een boek lastig maakt voor een minder geoefende lezer. Hij realiseert zich niet dat vestibule een moeilijk woord is dat hij ooit ook niet kende.

Een hertaling maakt mooie klassieke literatuur toegankelijk voor minder geoefende lezers. Dat hoeven overigens niet alleen jongeren te zijn. Het kan ook gaan om volwassen lezers voor wie Nederlands niet de moedertaal is, maar die wel kennis willen maken met de Nederlandse cultuur. Die wil je toch niet tegenhouden?

Niemand hoeft de hertaling mooi te vinden, niemand hoeft hem te lezen. Sterker, de originele tekst is voor iedereen gratis te downloaden op de (te weinig bekende) digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren.

Maar anderen de toegang tot het werk ontzeggen stuit me tegen de borst. Het riekt me te veel naar buitensluiten.

Op de middelbare school haalde ik tweeën voor Duits. Had je me toen verteld dat ik ooit romans in het Duits zou lezen, dan had ik je uitgelachen. Gelukkig waren er vertalingen die mij kennis lieten maken met de Duitse literatuur. Ik had de vertalingen als opstap nodig.

Volgens mij is de hertaling van Couperus net zo’n opstap.

Leave a Reply