2019 in lijstjes: boeken

Van de vijfendertig boeken die ik dit jaar las, sprong er een boven alles uit.

Manon Uphoff, Vallen is als vliegen.

Er zijn boeken die je betoveren door hun mooie taal, hun rijke beelden, hun ritme. Er zijn ook boeken die je overdonderen, omdat ze je een onbekende wereld laten zien, of nog beter, een bekende wereld van een onbekende kant.

Manon Uphoffs Vallen is als vliegen is een van die zeldzame boeken die dat allebei doen. Waarin de grenzen tussen vorm en inhoud vervagen.

Dat kan ook niet anders, omdat de gruwelijke inhoud (leven in een gezin met een incestueuze vader) de vorm nodig heeft. Alleen zo kan Uphoff de ambiguïteit overbrengen, zo kan ze de valkuilen van de slachtofferkitsch vermijden.

In een interview in de Volkskrant verklaarde Uphoff dat er een leven voor en na Vallen is als vliegen is. Voor deze lezer is dat niet anders.


Ik las nog meer moois:

Jaan Kross, Tussen drie plagen.

Een vierdelige roman over het zestiende eeuwse Estland. Kross schreef historische romans om onder de Sovjet-censuur uit te komen. Dat het boek toont hoe het eigenbelang telkens het collectieve belang ondergraaft, is dan ook geen toeval. Dat hier nog geen Netflix-serie van gemaakt is, verbaast me.

Bart van Loo, De Bourgondiërs.

Haast een roman vermomd als historisch overzichtwerk. Extra mooi als je er ook de Klara-podcast bij beluistert.

Esther Gerritsen, De trooster.

Stille roman over hoe het machtige het kleine blijft overdonderen, ook als het tot inkeer wil komen.

Thomas Rueb, Laura H..

Meeslepend relaas over hoe een Zoetermeers meisje zich in de IS-hel laat slepen. Vooral haar voorgeschiedenis is indrukwekkend. Misschien wel wat naïef over haar eigen motieven.

Annet Schaap, Lampje.

Dit kinderboek heeft niet voor niets vorig jaar alle prijzen gehad die jeugdliteratuur kan krijgen. Spreekt een veelvoud aan emoties aan. Zouden ook alle volwassen boekenliefhebbers moeten lezen.

Geef een reactie