Come together – een bekering tot The Beatles

50 Jaar geleden, op 10 april 1970, werd bekend dat The Beatles uiteengevallen waren. De wereld stond op zijn kop. Ik niet, althans niet hierom. Ik was nog geen vier

In de jaren daarna werd mijn hoofd gevuld met Beatles-songs. Het waren klassiekers zonder context. Ze waren er, maar deden me niet zoveel. Toen een studievriend bijvoorbeeld vertelde dat hij een Vrij Nederland-abonnement genomen had vanwege het geschenk, alle platen van The Beatles op cd, begreep ik er niets van. Wat moest je met die oubollige muziek?

En zo gingen de jaren verder.

Tot een jaar geleden. Een collega ging speciaal naar Antwerpen om The Analogues Abbey Road live te horen recreëren. Het riep mijn nieuwsgierigheid op. Wat miste ik? Er moest toch meer schuilen in die schijnbaar uitgekauwde nummers.

Dus begon ik te luisteren. Eerst de radioserie Get Back uit 1987. In 26 delen zet Hans Schiffers de geschiedenis van de band op een rij. Vervolgens de podcast Fab4Cast. Het enthousiasme van Jan-Cees ten Brugge, Wibo Dijksma en Michiel Tjepkema spatte ervan af. Zoals in de aflevering over de totstandkoming van Strawberry Fields Forever.

Ik leerde dat de bekendste nummers niet altijd de mooiste waren. In my life in plaats van All you need is love, Paperback writer in plaats van Yesterday (en morgen weer andere favorieten). Hoorde met wat voor een zorg ze tot stand waren gekomen. Hoe de band zich ontwikkeld had. En welk boek ik zeker moest lezen als ik meer wilde weten.

Mark Lewisohns Tune In is het eerste deel van wat uiteindelijk een driedelige biografie moet worden. Dit deel, dat loopt tot de opname van hun eerste lp begin 1963, beslaat al zo’n 900 pagina’s. Het beschrijft de afkomst en jeugd van The Beatles, hoe ze elkaar tegenkwamen, de optredens in Hamburg en de eerste stappen naar succes. Een omgevallen boekenkast dus? Wat heeft zo’n boek toe te voegen aan de gigantische hoeveelheid informatie op het internet? Zoals bij de Beatles Bible?

Gelukkig is het boek niet het droge werk dat de ellenlange bronnen- en gesprekken lijst doet vermoeden. Als ik het in een paar woorden moet samenvatten, dan koos ik voor ‘tot leven wekken’. De hoofdpersonen, de bijfiguren, het Liverpool van de jaren veertig tot het begin van de jaren zestig.

Lewisohn doet dat bijvoorbeeld door uitgebreid te beschrijven welke muziek populair was in Liverpool en welke nummers The Beatles vormden en inspireerden. (Iemand heeft alle muziek, 19 uur in totaal, in een Spotify-lijst gezet, een prachtige aanvulling op het boek). De opwinding rond de opkomende rock and roll, gecombineerd met de zwarte soul, en de eclectische smaak van vooral McCartney zorgden voor een uitzonderlijke mix. Een mix die hoogstwaarschijnlijk nooit in de Verenigde Staten had kunnen ontstaan, waar muzieksmaak en veel meer in hokjes verdeeld waren.

De beschrijving van de muziek is maar een onderdeel van de kaleidoscopische aanpak van Lewisohn. Hij geeft ooggetuigenverslagen (waarbij hij velen nog net op tijd sprak), analyseert de werking van de muziekindustrie, gebruikt sociologische en psychologische invalshoeken. Daarbij is zijn onderwerp breder dan John, Paul, George en Ringo (en de eerdere bandleden Stu en Pete). Hij laat ook uitgebreid zien hoe doorslaggevend de rol van manager Brian Epstein en en producer George Martin was.

Uiteindelijk ontstaat het beeld wat een onvoorstelbaar toeval het ontstaan en het succes van The Beatles was. De juiste mensen die elkaar op het juiste moment tegenkomen en elkaar niet loslaten. Pure chemie.

Het als het leven op aarde. Als de zon iets groter was, de aarde geen maan en magnetische polen had, als Jupiter het ruimte puin niet weegveegde, dan was het hier woest en leeg gebleven. Maar omdat we hier zijn, is het bijna ondoenlijk om een voorstelling te hebben van hoe groot de kans was geweest dat we er niet zouden zijn geweest.

Net zo is de muziek van The Beatles een gegeven dat niet weg te denken is. Maar als Paul op 6 juli 1957 niet in gesprek was geraakt met John, als niet twee andere bands de uitnodiging om in Hamburg op te treden hadden afgeslagen (en zo de kans aan The Beatles lieten), als George Martin niet gedwongen was om zes nummers van The Beatles op te nemen (hij vond hun muziek aanvankelijk niets), dan hadden we nooit van ze gehoord. En dat zijn maar drie van de vele beslissende momenten.

Na me maanden in The Beatles te hebben ondergedompeld, ben ik bekeerd. Het was niet zomaar een band, het was een wonder. En je weet: late bekeringen zijn het heftigst.

En dan staan we met de trilogie nog maar aan het begin. Lewisohn, nu 62 jaar, verwacht nog zo’n 15 jaar nodig te hebben om de reeks te voltooien. Deel 2 verschijnt zeker niet voor 2023. In de tussentijd genieten we maar van de muziek.

Vormt juist onze angst het gevaar?

In coronatijd wordt er uitgebreid beroep gedaan op ons gezond verstand. Afstand houden, handen wassen, laten testen. Maar werkt ons gezond verstand wel voldoende?

Toen het gevaar groot was, deden we collectief en instinctief het goede. Binnenblijven. Was dat rationeel gedrag? Of lieten we ons leiden door de angst?

Nu zouden we onverstandig worden, omdat we het gevaar te weinig onderkennen. Klopt dat wel?

Volgens mij worden we nog steeds geregeerd door angst. Alleen is die nu onbestemder dan een paar maanden geleden. Toen stonden we oog in oog met het monster, nu denken we het te horen in de verte.

In tijden van latent gevaar hebben we twee reacties. Allereerst gaan we ervan uit dat het gevaar van buiten komt, van de vreemdeling, van de indringer. Daarom zoeken we veiligheid in eigen vertrouwde kring. Bovendien overschreeuwen we de angst. “Ik ben niet bang voor de boze wolf, ben niet bang, ben niet bang …”

Dat is precies wat we nu doen. Vertrouwde mensen opzoeken waar we ons veilig voelen. Op feestjes, in de kroeg. En heel hard samen zingen. Juist wat we niet zouden moeten doen.

We vertonen geen riskant gedrag doordat we het gevaar niet zien. Het is juist onze onbestemde angst die het gevaar oplevert.

De vraag is dan ook of we nu juist het dreigend gevaar moeten schetsen, of de uitweg moeten laten zien.

En de winnaar is …

Toen op 22 juni bekend werd gemaakt dat Sander Kollaard de Libris Literatuur Prijs 2020 gewonnen had, was ik teleurgesteld. Niet dat ik zijn Uit het leven van een hond al gelezen had, maar ik kon me niet voorstellen dat het zo mooi was als Vallen is als vliegen van Manon Uphoff. Dat boek maakte vorig jaar een verpletterende indruk op me.

Ik begon dus Kollaards boek te lezen met de voortdurende vergelijking met Uphoff in het hoofd. Ik zocht naar onderbouwing waarom Uphoff echt had moeten winnen.

Maar gedurende de leessessies viel de behoefte om te vergelijken weg. Kollaards boek nam het over.

Op het eerste gezicht kunnen boeken haast niet sterker van elkaar verschillen dan deze twee. Kollaard beschrijft een dag uit het leven van Henk, ic-verpleegkundige van 56 jaar. Met zorgen om zijn doodzieke hond, inkopen doen, een ontmoeting in een bus, een barbecue op de verjaardag van zijn nichtje. Met het passeren van kleinere (en naar de ontknoping toe) iets grotere gebeurtenissen krijgen we een steeds beter beeld van de binnenwereld van Henk. (Volgens sommige lezers overigens gaat het leven Henk makkelijk af, ik heb daar mijn twijfels bij.)

Het metaforische vuurwerk van Uphoff contrasteert sterk met de ingetogenheid van Kollaard. Bij haar dient taal minder om het bestaan te begrijpen, meer om het te bezweren. Het boek gaat dan ook over iemand die een heftig verleden te verwerken heeft (door een incestueuze vader), en daar geen gewone zinnen voor kan gebruiken.

Toch zijn er ook overeenkomsten. Allereerst gloort er door het verhaal van Henk ook heftige gebeurtenissen door (onderkoeld verteld). Daarnaast proberen in beide boeken de hoofdpersonen iets van hun leven te maken. Daarbij grijpen ze terug op hun culturele bagage.

Ik realiseerde me hoezeer boeken elkaar nodig hebben. Want culturele bagage bestaat niet uit één boek, één schilderij, één opera. Het bestaat uit de interactie van alles wat je gelezen, gezien, gehoord hebt. Daarmee weef je je eigen culturele vangnet. Goede kunstwerken vullen elkaar daarbij aan, ze zijn geen concurrenten.

Dat zette mijn vraag wie de Libris Literatuur Prijs had moeten winnen in ander daglicht. Moet ik een boek afwijzen ten koste van een ander?

Ik pleit er niet voor om de prijs maar af te schaffen. De uitreiking en de aanloop zijn nog een van de weinige momenten dat literatuur uitgebreid aandacht krijgt in de media. Die aandacht is broodnodig.

Maar dat wil niet zeggen dat ik mee moet in het idee dat er maar een boek het beste is. Ik wil omarmen dat er zoveel mooie boeken zijn. Daarbij blijf ik Vallen is als vliegen een fantastisch boek vinden dat mijn leven voor een deel veranderd heeft. Een boek dat maar eens in de zoveel jaar voorbijkomt. Het lezen van Uit het leven van een hond heeft daar niets aan afgedaan. Het heeft die ervaring alleen maar versterkt.

Lees ze! Allebei.

Testdrempel

Ik had verschijnselen en liet me testen. Gelukkig niets aan de hand. (En de test is lang niet zo vervelend als wel wordt gezegd).

Tot zover geen bijzonderheden.

Wat me wel opviel: hoe lastig ik het vond om de stap te zetten. Terwijl ik me de afgelopen maanden verantwoordelijk gedragen heb. Eerst zoveel mogelijk thuisblijven, daarna drukte mijden (ik ging al eens onverrichterzake bij een winkel weg, omdat ik het te druk vond). Het braafste jongetje van de klas dus.

Maar me laten testen zodra ik verschijnselen had, vond ik lastiger.

Eerst was het de laatste schoolweek, die ik mijn kinderen na dit rare jaar niet wilde ontnemen. Vervolgens de vrees voor een positieve uitslag: zou ik daarmee de oudste zijn (al tot twee dagen teruggebrachte) scoutingkamp ontnemen?

Ik ben blij dat ik nu duidelijkheid heb. Maar verbaasd ben ik wel over de moeite die het me kostte om rationele keuzes te maken.

En dat maakt het maken van goed beleid zo ingewikkeld.

P.S.: op 25 juli schreef Rik Kuiper een artikel in de Volkskrant over dit struisvogelgedrag naar aanleiding van zijn eigen testgetreuzel.

Luister naar Een groot man en een goede man van François Haverschmidt

Een experiment: ik heb een verhaal van François Haverschmidt ingelezen. Omdat de bundel Familie en kennissen uit (1876) zo onterecht onbekend is. En om eens een keer te proberen. Het klink nog niet helemaal geweldig (het is lastig om de verschillende opname-delen in dezelfde kwaliteit te krijgen), maar als je het niet probeert, dan leer je het niet.

Jan-Willem Swane · François HaverSchmidt – Familie en kennissen – Een groot man en een goed man

Ik heb het vooral hier neergezet om te horen wat je er van vindt? Wat kan beter? Wil je meer horen? Laat het me weten!

2019 in lijstjes: boeken

Van de vijfendertig boeken die ik dit jaar las, sprong er een boven alles uit.

Manon Uphoff, Vallen is als vliegen.

Er zijn boeken die je betoveren door hun mooie taal, hun rijke beelden, hun ritme. Er zijn ook boeken die je overdonderen, omdat ze je een onbekende wereld laten zien, of nog beter, een bekende wereld van een onbekende kant.

Manon Uphoffs Vallen is als vliegen is een van die zeldzame boeken die dat allebei doen. Waarin de grenzen tussen vorm en inhoud vervagen.

Dat kan ook niet anders, omdat de gruwelijke inhoud (leven in een gezin met een incestueuze vader) de vorm nodig heeft. Alleen zo kan Uphoff de ambiguïteit overbrengen, zo kan ze de valkuilen van de slachtofferkitsch vermijden.

In een interview in de Volkskrant verklaarde Uphoff dat er een leven voor en na Vallen is als vliegen is. Voor deze lezer is dat niet anders.


Ik las nog meer moois:

Jaan Kross, Tussen drie plagen.

Een vierdelige roman over het zestiende eeuwse Estland. Kross schreef historische romans om onder de Sovjet-censuur uit te komen. Dat het boek toont hoe het eigenbelang telkens het collectieve belang ondergraaft, is dan ook geen toeval. Dat hier nog geen Netflix-serie van gemaakt is, verbaast me.

Bart van Loo, De Bourgondiërs.

Haast een roman vermomd als historisch overzichtwerk. Extra mooi als je er ook de Klara-podcast bij beluistert.

Esther Gerritsen, De trooster.

Stille roman over hoe het machtige het kleine blijft overdonderen, ook als het tot inkeer wil komen.

Thomas Rueb, Laura H..

Meeslepend relaas over hoe een Zoetermeers meisje zich in de IS-hel laat slepen. Vooral haar voorgeschiedenis is indrukwekkend. Misschien wel wat naïef over haar eigen motieven.

Annet Schaap, Lampje.

Dit kinderboek heeft niet voor niets vorig jaar alle prijzen gehad die jeugdliteratuur kan krijgen. Spreekt een veelvoud aan emoties aan. Zouden ook alle volwassen boekenliefhebbers moeten lezen.

2019 in lijstjes: podcasts

Ik luisterde in 2019 weer veel podcasts. Toen ik nadacht over de series die de grootste indruk op me hadden gemaakt, bleken het allemaal Nederlandse producties te zijn. De rode draad is het enthousiasme (of de doorleefdheid) waarmee de makers over hun onderwerp spreken. In alfabetische volgorde:

Boeken FM

In deze podcast van Das Mag en De Groene Amsterdammer wordt iedere maand een boek uitvoering besproken door dichter Ellen Deckwitz en auteur, recensent en adjunct-hoofredacteur Joost de Vries. Ik hou niet alleen van de diepgravende manier waarop zij de boeken analyseren, maar ook van de heerlijke ironische en plagerige toon van hun gesprek.

https://www.groene.nl/rubriek/boeken-fm

Fab4Cast

Ik had nooit zoveel met The Beatles – net te laat geboren. Maar toen een collega naar het concert van The Analogues ging, besloot ik er toch eens in te duiken. In de Fab4Cast diepen Jan-Cees ter Brugge (auteur van de boeken ’In Bed Met John & Yoko’ en ‘The Beatles in Holland’), Wibo Dijksma (maker van diverse Beatles-projecten bij NPO Radio 2) en Michiel Tjepkema de geschiedenis en de muziek van The Beatles en de solocarrières van de Beatles uit. Met prachtige montages ontleden ze opnames tot op het bot. Al zes jaar en 133 afleveringen lang. Het is een ontdekkingstocht voor me, en al maanden heb ik de hele dag Beatles-wijsjes in mijn hoofd.

Wil je een iets compactere inleiding horen: AVROTROS heeft de radio-serie Get Back uit 1987 (26 afleveringen, met Hans Schiffers) online gezet.

De Grote Vriendelijke Podcast

Deze podcast heeft mij weer aangezet tot het lezen van kinder- en jeugdboeken. Jaap Friso en Bas Maliepaard gaan vol enthousiasme in gesprek met auteurs, illustratoren en vertalers.

http://www.degrotevriendelijkepodcast.nl/

NRC Haagse Zaken

Wekelijks spreekt Lamyae Aharouay met twee wisselende NRC-redacteuren over een actueel onderwerp. In een klein uur worden ingewikkelde thema’s, zoals het pensioenstelsel, stikstof en de Binnenhofverbouwing, glashelder neergezet. Erudiet en geestig, niet in de laatste plaats door de presentatie. Zo wordt politiek weer leuk.

(Dat laatste geldt ook voor De Stemming van Vullings en Van der Wulp, opvolger van De Stemming van Vullings en Van Weezel, maar dat gaat iets meer over het politieke spelletje en minder over de inhoud).

https://www.nrc.nl/rubriek/haagse-zaken/

https://www.nporadio1.nl/podcasts/de-stemming-van-vullings-en-van-der-wulp

Verstrikt

Maarten Dallinga maakte voor Omroep Gelderland een even gevoelige als evenwichtige podcast over het lastige onderwerp suïcide. Het onderwerp, zo blijkt uit de afleveringen, dat iedereen het liefst zo veel mogelijk uit de weg gaat. Ik voelde aanvankelijk huiver om het te beluisteren, maar vond het uiteindelijk meer steunend dan bedreigend.

https://www.omroepgelderland.nl/verstrikt

Uitgelezen: Spiegel spiegel schouder van Dorthe Nors

Ik las de roman Spiegel spiegel schouder van de Deense Dorthe Nors. Over de ondragelijke lichtheid van de eenzaamheid.

Eén lijn gaat over de (verkruimelde) relatie tussen de hoofdpersoon Sonja, verhuisd naar Kopenhagen, en haar zus Kate, die in Jutland is blijven wonen.

Het boek liet me inzien wat de relatie tussen broers/zussen zo gecompliceerd kan maken. Doordat ze dezelfde afkomst hebben, verbeelden ze de niet-gemaakte keuzes, de gemiste kansen. Dikwijls gaan oordelen over broers en zussen over jezelf.

Terwijl er weinig lijkt te gebeuren, zit de roman vol met dit soort ontdekkinkjes. Prachtig boek dus.

Manon Uphoff, Vallen is als vliegen

Het zou je kunnen afschrikken, een herinnering van een schrijfster aan haar incestueuze vader en haar (stief)zussen. Dat zou zonde zijn.

Want Vallen is als vliegen van Manon Uphoff is geen standaard getuigenisliteratuur. Daarvoor is de vorm te literair, en vooral het verhaal te ambigu. Uphoff zoekt naar woorden en beelden die de complexiteit kunnen uitdrukken. Een taal waar je volop van zou kunnen genieten als het niet zo gruwelijk was.

Uphoff omschrijft het daadwerkelijke misbruik bijna tussen neus en lippen. Juist die kleine tussenzinnetjes komen keihard aan.

Wat ze vooral beschrijft is de verwarring in het hoofd van het jonge kind. Want er is ook toenadering, aandacht. Goed en kwaad zijn niet van elkaar gescheiden, maar lopen door elkaar heen, waardoor er niets rest dan verwarring. Waar jaren later de schuld van de overlevende bijkomt.

Vallen is als vliegen is een van de krachtigste boeken die ik in tijden las. Verbijsterend en betoverend.

Na mijn opa de toverberg op

Deze zomer nam ik een enkel boek mee op vakantie: Der Zauberberg van Thomas Mann. Ik dacht dat een dikke pil meer rust zou geven dan een stapel losse flodders. En dat deed het.

Dik in het aantal pagina’s, maar niet dik in centimeters. Ik had namelijk een Duitse dundrukuitgave uit 1929 mee. Een exemplaar dat nog van mijn opa was geweest. En, als de sporen me niet bedrogen, ook door hem gelezen was.

Het gaf een bijzondere sensatie. Hoe ik, misschien wel zeventig jaar na hem, dezelfde letters tot me nam. Zo tegengesteld als we waren, door een onzichtbare draad met hem verbonden. Hij een ultraconservatieve ultramontaanse ondernemer, ik een een anti-revolutionaire sociaal-liberaal (geloof ik).

Om het geheugen op te frissen: in Der Zauberberg (De Toverberg) bezoekt de 24-jarige Hans Castorp zijn neef Joachim in een tbc-sanatorium in het Zwitserse Davos. Hij is van plan drie weken te blijven. Maar als zo vaak: zodra je je in medische kringen begeeft blijk je vanzelf ziek. En zo worden drie weken zeven jaar.

Ver weg van de gewone wereld (in een tijd dat berichten niet a la minute binnenkomen) neemt de tijd een andere loop. We zijn getuige van het langzame leven (waarin je tergend langzaam verliefd kunt worden) en ellenlange gesprekken. Een boek dat je niet kunt kraken met de vraag “wat bedoelt de auteur?”

Dus rest “wat zegt het boek mij?” Bij klassieke boeken helemaal. Wat het boek voor mij betekent, heeft het vast niet voor mijn grootvader betekent. Het boek ontwikkelt zich met de tijd mee. Gebeurtenissen waarvan de auteur nog geen weet kon hebben oefenen hun invloed uit op de leessensatie.

Een aantal weken nadat ik het boek voor de laatste keer dichtsloeg blijft een idee het sterkste bij me hangen: hoe dicht de liefde en de levensovertuiging bij elkaar liggen. Hoe ze zich in je vastgrijpen en verloochening leidt tot zelfvernietiging. Er wordt gevochten om vrouwen en om volgelingen. Zo beconcurreren de humanist Settembrini en de fanatieke katholiek Naphta om de aandacht van Hans Castorp. Het loopt niet goed af. Die große Gereizheit, oftewel de grote irritatie. Botsing tussen drift en beschaving.

De grote klassieke romans geven je vaak een ander perspectief op het heden. Het is dus vast geen toeval dat juist dit thema er voor me uitspringt. In een tijd dat discussies verharden en onder de oppervlakte een seksuele lading krijgen.

Mijn opa heeft er vast iets anders uitgehaald. Ik kan het hem niet meer vragen.