Ik stemde voor en heb toch geen spijt

Woensdag ging ik om kwart over acht in de ochtend naar het stembureau om in te stemmen met het Oekraïne-akkoord. Naar ik begrijp zou ik spijt moeten hebben, nu de kiesdrempel net gehaald is, en er twee keer meer tegen- dan voorstemmers bleken te zijn. Ik heb het niet.

Wie een verkiezing of een referendum ziet als een wedstrijd kan dat gevoel hebben. Doordat hij is gaan stemmen, heeft de andere gewonnen. Anders was de wedstrijd onbeslist gebleven.

Maar stemmen is geen wedstrijd. Ondanks het kamerlid dat de voorstemmers voor losers, en de thuisblijvers voor dubbele losers uitmaakte. Oude communistische tijden herleefden.

Het grootste deel van de bevolking is tegen het associatieverdrag. Dat bleek overduidelijk uit de uitslag, en ook uit opiniepeilingen vooraf. Of je vindt dat gegeven van politiek belang, en dan moet je daar wat mee, ongeacht de uitslag van het referendum. Of je vindt dat niet van belang, dan moet je het referendum afschaffen of op zijn minst aanpassen.

In beide gevallen is het goed dat de kiesdrempel is gehaald.

Linkse eenheid

Job Cohen bepleitte zaterdag in het NRC Handelsblad een fusie van de linkse partijen. Het illustreert dat links denkt vanuit de partij, niet vanuit de kiezer.

De huidige politieke geschiedenis kent drie fusiepartijen: CDA, GroenLinks en de ChristenUnie. Twee daarvan laten zien dat de som niet altijd meer is dan de delen. Partijen kunnen besluiten tot fuseren, maar uiteindelijk kiest de kiezer. Er staat vast weer een nieuwe linkse partij die kiezers trekt.

Het geheim van rechts zit hem niet in de fusiekracht; het is politiek vernuft dat het verschil maakt.

CDA en VVD zijn als twee geliefden met een vrije relatie. Hoe ze ook vreemdgaan, ze houden het bed warm voor elkaar. En voor andere partijen met een rechtse signatuur. Ook als op onderwerpen extreme ideeën erop nahouden zijn ze welkom.

In de linker sponde is er meestal er een grotere (en openlijker) strijd wie zich tussen de lakens mag voegen. Het is tekenend dat Cohens genadeslag kwam na een toenadering tot de SP.

Toch is het de vraag of de linkse partijen het zouden redden met de rechtse aanpak. De linkse kiezer is de rechter niet. De rechtse partijen trekken over het algemeen kiezers die financieel en maatschappelijk succes hebben bereikt, of daaropuit zijn. (De PVV is hierbij het buitenbeentje, wat in het kabinet Rutte ook meermalen is gebleken). Dit succes bereik je over het algemeen door opportunisme. De rechtse kiezer, zo lijkt mij, accepteert dat opportunisme ook van politici. Zo ga je te werk als je wat wil bereiken.

De linkse kiezer is door de bank genomen idealistischer en rekent zijn voormannen het verlaten van de leer aan. Hij houdt zijn politici aan de leiband.

En zo leidt succes bij de bank ook tot succes in de volksvertegenwoordiging.