De blik

Alfred Birney ontving gisteren de Libris Literatuurprijs 2017 voor ‘De tolk van Java’. Kijk eens hoe blij hij is.

Aleen maar blij?

Dit is de blik van de man die al dertig jaar romans schrijft. In eenzaamheid, woord voor woord. Hopend dat het goed is, dat het iemand wat doet.

En dan ineens de prijs.

Als een marathonloper die toch nog de finish haalt.

Het is lijden én geluk.

Goed en kwaad bij Primo Levi

Veel mensen, en volken, zijn min of meer bewust de mening toegedaan dat ‘elke vreemdeling een vijand is’. Meestal ligt die overtuiging ergens diep weggestopt, als een sluimerend virus; ze komt alleen in losse, toevallige reacties tot uiting en leidt niet tot een samenhangend gedachtensysteem. Maar als dat wel gebeurt, als het onuitgesproken dogma het uitgangspunt van een sluitende redenering wordt, dan staat aan het eind van de keten het Lager.

Dat schreef Primo Levi (1919-1987) in het voorwoord van zijn Auschwitz-boek Is dit een mens. Het is een opmerkelijke zin voor een overlevende van de Shoah: hij is geen slachtoffer van het kwaad, maar uiteindelijk van een wijd verspreide menselijke eigenschap.

Is dit een mens is toch al een zeer opmerkelijk voorbeeld van kampliteratuur. Levi, scheikundige, beschrijft met een klinische blik de sociale structuur in het kamp. Daar blijven de scheidslijnen tussen goed en fout echt anders te lopen dan in het algemeen veronderstelt wordt.

Sterker: hij beschrijft het kamp als een systeem waarin de gevangene ontmenselijkt moet worden. Waar dat slaagt hebben de begrippen goed en fout geen werking meer. (Later, kort voor zijn dood (vermoedelijk zelfmoord) beschreef hij in De verdronkene en geredden hoe de goeden sowieso ten dode opgeschreven waren, wat inhield dat iedereen die gered was schuldig moest zijn).

Het opmerkelijke is dat al deze nuancering van goed en kwaad geen nuancering van het absolute kwaad van de Endlösung inhoudt. Daders en slachtoffers in al hun aspecten proberen te begrijpen is geen ontkenning van het absolute kwaad.

Het kwaad is ook daarin zo erg, dat het haast iedereen medeplichtig weet te maken.

4 mei: herdenken of indenken?

Het is begin mei; zoals vanouds bespreken we wie we herdenken op 4 mei. Bootvluchtelingen, Duitse soldaten, of toch alleen de joodse slachtoffers. Niet altijd een verheffend schouwspel.

Onder de hele discussie schuilt het idee dat de dodenherdenking altijd een eenduidig uitgangspunt heeft gehad: de herdenking van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

De eerste jaren na de oorlog betrof het herdenken echter Allen de ‘gevallenen’: soldaten en verzetsstrijders die hun daden met de dood hadden moeten bekopen. Slachtoffers waren veel minder in beeld (behalve in eigen kring).

Michal Citroen beschrijft in U wordt door niemand verwacht hoe weinig compassie er in de eerste naoorlogse jaren was voor de joden die de verschrikkingen hadden overleefd (en daarmee ook voor hen die de dood ingedreven waren). Voor de terugkeerders uit de Indische kampen gold hetzelfde. Pas in de loop der tijd is de aandacht verschoven van de gevallenen naar de slachtoffers (na 1961 ging de nationale herdenking formeel over alle militaire en burgerslachtoffers van oorlogshandelingen en vredesoperaties vanaf het begin van de Tweede Wereldoorlog).

Die aandacht voor de slachtoffers was goed in zijn tijd. Maar het leidt ook tot de taferelen die we de laatste jaren zien. We komen tegenover elkaar te staan in plaats van naast elkaar.

Op een zeker moment wordt tijd voor een omslag. Van herdenken naar indenken. Met de herinnering aan de slachtoffers in het achterhoofd indenken hoe gemakkelijk wij zelf tot dader kunnen worden, en wat we moeten doen om dat, ieder voor zich, te voorkomen. Wanneer die introspectie het doel is, maakt het niet meer uit welke historische gebeurtenissen het persoonlijk vertrekpunt zijn.

Voor mijzelf blijft de Tweede Wereldoorlog, en met name de jodenvervolging, de toetssteen. Ik ben er dan ook mee opgegroeid; mijn vader maakte de oorlog nog bewust mee en vertelde erover. Voor minstens de helft van de Nederlanders geldt dit niet meer. De oorlog raakt steeds verder weg.

Wat niet verdwijnt zijn de menselijke impulsen die kunnen leiden tot het kwaad. Laten we het daar over gaan hebben, en niet over wie wel of niet meetelt als slachtoffer.

Psychiater Herman van Praag in De Kennis van Nu

Herman van Praag

Coen Verbaak spraak voor het wetenschapsprogramma De Kennis van Nu met psychiater Herman van Praag.

Over één fragment denk ik al anderhalve week na. Op de vraag wat de detentie in Westerbork en Theresiënstad voor Van Praag betekent had, antwoordde deze dat hij er niet zoveel last van heeft gehad, maar dat hij er niet op kan vertrouwen dat mensen te hulp komen als iemand in nood is. Om eraan toe te voegen dat hij ook twijfelde of hij zelf wel zou ingrijpen.

Ligt daar de sleutel van het psychisch overleven? Jezelf niet als slachtoffer zien van wrede anderen, maar je door toeval aan de verkeerde kant geplaatst weten? Weten dat je gedrag met name door je positie komt (terwijl hij overigens ook stelt dat er echt slechte mensen bestaan, maar daar had hij het hier niet over).

Hij deelde zo een inzicht met me, dat hij door diep lijden heeft verworven, en dat ik zomaar van hem over mag nemen.

De schoonheid van radio. Beluister de uitzending

Schaadt het u, dan baat het hun

Paul Offit, The Vitamin Myth: Why We Think We Need Supplements:

Seven previous studies had already shown that vitamins increased the risk of cancer and heart disease and shortened lives. Still, in 2012, more than half of all Americans took some form of vitamin supplements. What few people realize, however, is that their fascination with vitamins can be traced back to one man. A man who was so spectacularly right that he won two Nobel Prizes and so spectacularly wrong that he was arguably the world’s greatest quack.

In een voorpublicatie van zijn boek Do You Believe in Magic? The Sense and Nonsense of Alternative Medicine in The Atlantic beschrijft Paul Offit hoe op basis van één frauduleus onderzoek en de niet-aflatende inzet van nobelprijswinnaar Linus Pauling half Amerika overdoses vitaminen en mineralen ging slikken. Men meende daarmee een reeks aan ziekten, waaronder kanker, te kunnen voorkomen of genezen. Onderzoeken die lieten zien dat de kans op voortijdig overlijden hierdoor juist toenam, konden het tij niet keren.

Tussen de regels door is te lezen hoe de vitamine-industrie goud geld verdient aan dit misverstand. Voorstanders van alternatieve geneeswijzen schilderen alternatieve geneeskunde regelmatig af als een complot van de farmaceutische en medische industrie. Maar vaak hebben ze een blinde vlek voor degenen die rijk worden van hun overtuigingen.

Nog steeds staan apotheken vol met vrolijk gekleurde potten vitaminen en mineralen. Neem mij, baat het niet dan schaadt het niet, lijken ze te zeggen. De makers weten beter. Al schaadt het u, het baat hun.

Wielrennen in tijden van rechtlijnigheid

Velen vallen er nu over dat er te weinig geschreven is over doping in het wielrennen. Is dat wel zo? Doping is nooit weggeweest in de teksten over de wielersport. Maar juist die journalisten die het sprookje van de koers in stand hielden, werden gewaardeerd door de wielerliefhebbers. Wielerliefhebbers hadden geen behoefte aan wielerjournalistiek, maar aan wielerverhalen, die de heroïek van de sport versterkten.

Doping hoorde ook bij het heroïsche verhaal. Het kat en muisspel. Met soms vermakelijke uitweidingen, zoals het peertje van [Pollentier](https://nl.wikipedia.org/wiki/Michel_Pollentier “Michel Pollentier – Wikipedia”). We wisten allemaal dat het gebeurde en vonden dat het erbij hoorde. Daar hoorde omkoping van de dopingcontroleurs dan weer niet bij; dan breek je de regels van het kat- en muisspel.

Waarom dan nu de omslag? Het nieuwe spektakel in de media is het circus van overmoed, leugen en bedrog geworden. De banken, corrupte politici, misbruikverhalen, ruzie in ziekenhuizen, omvallende woningbouworganisaties en schoolbesturen. Daar passen slikkende en omkopende wielrenners prima in.

Rode draad is de wens dat de machtigen, ook met terugwerkende kracht, zich voorbeeldig gedragen. Daarbij wordt de heersende cultuur in het verleden buiten beschouwing gelaten. We leven in tijden van ethisch puritanisme. Ik ben benieuwd hoe we daar over een aantal decennia weer tegenaan kijken.

Bookmarks: voorgewassen sla en Philip Roth