Verjaardagsdilemma

[6] Je doet jezelf onrecht, mijn ziel, onrecht en geweld. En om respect te leren voor jezelf zul je de tijd niet meer hebben. Kort is ieders leven en dat van jou is al bijna voorbij, terwijl je geen respect toont voor jezelf , maar je geluk afhankelijk maakt van de zielen van anderen.

[7] Brengen de dingen die van buiten komen je uit je evenwicht? Gun je dan de rust om er iets van het goede bij te leren en laat je niet meer heen en weer slingeren. [..]

Marcus Aurelius, Persoonlijke notities. Boek 2.

Mijn 51ste verjaardag was goed. We stonden samen een dag lekkere dingen te maken, om die ’s avonds in goed gezelschap te nuttigen.

Maar er dreef een wolk boven.

In mijn achterhoofd bleef de vraag spelen of een naast (maar ver weg wonend) familielid mij zou bellen, of op andere wijze iets van zich zou laten horen. Het bleef stil. Net zoals het vorig jaar stil bleef, toen ik hem uitgenodigd had om het feest te vieren. Zelfs voor de eer bedanken was te veel gevraagd.

Het is niet het niet bellen. Daar heb ik lang genoeg voor gehad om aan te wennen. Het is de constatering dat het me bezig houdt. Dat het me emotionele energie kost die ik graag aan betere zaken zou besteden.

Marcus Aurelius reikt de sleutel aan, denk ik. Nu alleen nog het sleutelgat vinden.

Karel van het Reve, Freud, Stalin en Dostojevski (1982) in Verzameld werk 5 (2010) 147.

Krijg je ‘te veel’ democratie, dringt het tot de mensen door dat ze het zelf voor het zeggen hebben, dan hebben zij de neiging om daarvan te schrikken, af te zien van deelneming aan het besluitvormingsproces. Je krijgt dan de situatie dat een samenleving niet langer bereid is de verantwoordelijkheid te dragen voor haar eigen lot, en ook niet langer bereid is zich tegen aanvallen te verdedigen. Je krijgt dan die merkwaardige lafheidsverschijnselen. Je hoort dan bijvoorbeeld de mening dat bij een conflict tussen de democratie en haar vijanden niet zij schuldig zijn die de democratie aanvallen, maar zij die haar verdedigen.

Willen Jan Otten, Onze lieve vrouwe van de schemering (Amsterdam, 2009) 15.

Als iets een literatuur dodelijk vervelend kan maken, dan is het wel: schrijvers die opereren vanuit een geloofwaardige wereld. Zij geloven in dezelfde realiteit als hun lezers en vice versa. Zij lijken op de door zoveel moderne mensen terecht zo verafschuwde geestelijken die hun geloof verijlen tot wat aanstootloos geaccepteerd kan worden. Of op de programmamakers die hun kunsten laten afhangen van kijkcijfers. Of op de politici die hun overtuigingen aanpassen aan de peilingen.

Boris Paternak, Dokter Zjivago (Utrecht 2009) 489.

Niemand is in staat geschiedenis te maken, want deze is evenmin zichtbaar als het groeien van het gras. Oorlogen, revoluties, tsaren, Robespierres zijn haar desem, haar organische aanstichters. Revoluties worden gemaakt door mannen van de daad, door eenzijdige fanatici, door de genieën van de zelfbeperking. In een paar uren of dagen werpen zij de oude orde omver. Omwentelingen duren weken, vele zelfs jaren, maar daarna onderwerpt men zich weer tientallen jaren of eeuwenlang als aan iets heiligs aan de geest van bekrompenheid, die tot de omwenteling heeft geleid.