Uitgelezen: De kosmische komedie van Frank Westerman

In De kosmische komedie neemt Frank Westerman ons mee met de geschiedenis van de astronomie en de ruimtevaart. Hij beschrijft het als een verlangen naar het goede bovenaardse en een streven de zondige benedenwereld te verlaten.

Dat is voor mij een van de oorzaken waardoor het boek wringt. De voortdurende goed-slecht-tegenstelling, komt gekunsteld over. In de beschrijving van Westerbork, met zijn kamp en radiotelescoop, vind ik het zelfs pijnlijk gezocht.

Er zit nog een laag onder, waar Westerman echt de plank misslaat. Keer op keer verwoordt hij een strijd tussen religie en wetenschap. Een schijntegenstelling volgens mij. De wetenschappers waren niet bezig te strijden tegen de religie, ze waren naar kennis op zoek. De religie verzette zich daartegen. Er was dus geen sprake van een onderlinge, maar van een eenzijdige strijd.

Helemaal stuitend wordt het als hij de diepe zorgen om het klimaat gelijkstelt aan eindtijdsverwachtingen in vroeger eeuwen. Daarbij negeert hij dat de huidige zorgen wetenschappelijk gefundeerd zijn, en geen kwestie van geloof zijn.

Ook in zijn stijl vind ik het geen overtuigend boek. Westerman springt zoveel van de hak op de tak, dat het een kunstje wordt. Hij gebruikt een vorm die ook veel in thrillers gebruikt wordt: telkens een kort stukje van een verhaallijn vertellen en dan weer onderbreken met een andere verhaallijn. Daarnaast doorspekt hij het verhaal met onbeduidende details. Vooral van vrouwen krijgen we uit den treure te horen wat voor een kleren ze dragen, en van professor Oort horen we hoe hij de tulpenbollen in de oorlog vond smaken.

Het ergst wordt het als hij iemand ontmoet die zo nu en dan contact heeft met Buzz Aldrin, de tweede man op de maan. Hij vraagt haar om de volgende keer te vragen waar de naam Buzz vandaan komt. Als je via via zo’n held één vraag mag stellen, en je komt hiermee, ben je dan echt geïnteresseerd in de ruimtevaart?

Westerman bedrijft een vorm van literaire non-fictie die sleets begint te worden, en daardoor doorzichtig wordt. Te weinig spannend, te weinig meeslepend.

Dat is jammer, want aan het eind van het boek laat Westerman zien dat hij nog steeds kan schrijven. Zo doet hij overtuigend verslag van een lancering in Kazachstan. Had hij een boek geschreven dat meer verslag deed, en minder grootse ideeën wilde uitdragen, dan was het wat mij betreft heel wat verteerbaarder geweest.

Ik hoor graag wat je ervan vindt