J. van de Walle: een auteur toe aan een herontdekking

Omslag van De muggen van San Antonio

Ik had nog nooit van J. van de Walle gehoord. Een haast vergeten auteur uit het midden van de twintigste eeuw. Ik wist dus ook niet wat ik mocht verwachten toen ik een van zijn romans las voor de collegereeks Caraïbsiche literatuur. De ideale uitgangspositie voor een ontdekkingstocht.

We lazen De muggen van San Antonio, een korte roman uit 1961. Het verhaal speelt in een Latijns-Amerikaans stadje en is opgeschreven door de enige inwonder die kan schrijven en lezen: Alfonso. Die vaardigheid geeft hem een bijzondere positie, want iedereen — van de burgemeester tot de winkelier — die informatie wil uitwisselen met de buitenwereld, schakelt hem in. Het dwingt hem ook tot discretie. Daarom is wat hij schrijft bedoeld om pas decennia later gelezen te worden, als alle figuren in de vergetelheid zijn geraakt.

In het stadje gaat alles zijn gewone gangetje, totdat er een nieuwe politiechef komt. Deze mest het politiebureau uit en begint te strooien met een wit poeder. Hiermee wil hij ongedierte, zoals de malariamug, verdelgen. De vooruitgang heeft zich aangediend. Maar de status quo blijkt zich niet zo gemakkelijk gewonnen te geven.

Aan de ene kant doet het boek denken aan het magisch-realisme van schrijvers als Gabriel García Márquez, die een paar jaar later dan Van de Walle romans begon te schrijven. De tijdsbeleving is diffuus, de verteller minder betrouwbaar dan op het eerste gezicht lijkt. Maar ik moest ook denken aan A. Alberts. Zijn boeken als Maar geel en glazend blijft het goud en De honden jagen niet meer roepen bij mij hetzelfde gevoel op door de schetsmatige omgeving en de afstandelijke verteller roepen hetzelfde gevoel op.

Toen J. van de Walle eind jaren vijftig zijn romans ging schrijven, had hij al een heel leven achter zich. Hij werd in 1912 geboren in een rood nest. In 1934 ging hij naar Curaçao om redacteur te worden van de krant Beurs en nieuwsberichten. Zeven jaar later vertrok hij naar Suriname, om hoofd van de Gouvernementspersdienst te worden, die berichten van de Nederlandse regering in ballingschap doorzette. In 1946 keerde hij terug naar Nederland en werd hoofd van de Caraïbische dienst van de wereldomroep te worden. Van de Walle mocht dan wel de West verlaten hebben, de West verliet hem nooit.

Hoe kan het dat J. van de Walle zo vergeten is? Was hij te veel een buitenbeentje, als Nederlander in de West? De aandacht voor Caraïbisch Nederland is nog steeds veel kleiner dan de (deels tempoe-doelo-gedreven) belangstelling voor Nederlands-Indië.

Het is in ieder geval jammer, dan Van de Walle zo moeilijk voor de Nederlandse lezer beschikbaar is. Zijn verzamelde romans, grotendeels geschreven in het begin van de jaren zestig, werden in 1993 gebundeld. In het begin van deze eeuw verschenen nog wat heruitgaven van losse romans. Wie ze nu wil hebben moet ze antiquarisch zoeken. Ook in de bibliotheken zijn zijn boeken amper te vinden. En dat terwijl de critici indertijd zijn boeken enthousiast ontvingen.

Ik kan nog alleen oordelen over De muggen van San Antonio. Voor mijn gevoel doe je het boek onrecht aan als je het alleen ziet als een Caraïbische roman. Ik lees een meer universeel verhaal over de strijd tussen vernieuwing en traditionele belangen. Lang dachten we dat dit soort confrontaties kenmerkend waren voor de achterlijke gebieden in de wereld. Dat wij in het vooruitstrevende West-Europa dat achter ons gelaten hadden. De recente geschiedenis leert ons anders. Alleen al daarom is J. van de Walle toe aan een herwaardering.


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

%d bloggers liken dit: