Ja, laten we het gezellig houden

Vraag (Nederlandssprekende) Duitsers wat ze het mooiste Nederlandstalige woord vinden, en ze antwoorden gezellig. Dat blijkt uit onderzoek van het Haus der Niederlande van de Universiteit Münster ter gelegenheid van zijn 25-jarig bestaan. Waarschijnlijk zegt het én iets over hoe het woord bekt in Duitse oren én over hoe ze aankijken tegen Nederland. Ze vinden ons land gezellig.

Hoe actueel is hun beeld van hun westerburen? Een blik in de Nederlandse literatuur doet het tegendeel vermoeden. Het woord gezellig kwam snel op aan het eind van de 18de eeuw. Het begrip, dat eerst alleen ‘zich in gezelschap bevinden’ betekende, kreeg toen de extra emotionele waarde. Rond 1900 kende het woord zijn hoogtepunt. Daarna begon het aan een gestage terugtocht.

Het relatieve voorkomen van ‘gezellig’ in de teksten van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren, gemaakt met de ngram-viewer.

Betekent die neergang dat Nederland ook minder gezellig geworden is? Heeft individualisering onze behoefte aan samenzijn verdrongen?

We mogen dan gezellig zijn, veel buitenlanders schrijven Nederlanders ook nog een andere eigenschap toe: een uitgesproken lompheid. Je moet kunnen zeggen waar het op staat. Tegen alles en iedereen.

Op het eerste gezicht spreken die twee eigenschappen elkaar tegen. Maar schijn zou kunnen bedriegen.

Tijdens de periode van de verzuiling was het vanzelfsprekend wie er bij wie aanschoof. De ontzuiling maakte daar een eind aan. Gezelschapsvorming was geen automatisme meer, maar een keuze.

Zou de lompe communicatie bedoeld zijn om te bepalen wie er in de gezellig kring past en wie niet? Wie zich aangevallen voelt door mijn woorden, hoort er niet bij, want het was maar een grapje.

Dezelfde gezelligheidscrisis spreekt ook uit het verkiezingsprogramma van de PVV. In het voorwoord schrijft de partij ze dat ze terug wil naar het oude Nederland. “Een land zonder hoofddoekjes maar met oer-Hollandse gezelligheid en respect voor ouderen.”

Draag je een hoofddoekje, of begin je over Zwarte Piet of slavernij dan ben je niet gezellig en mag je niet meer aanschuiven. (En heeft een Nederlander een dubbel paspoort, dan mag die zelfs niet stemmen.)

Gezelligheid is niet meer knus bij elkaar kruipen, met hoe meer zielen hoe meer vreugd. Gezelligheid is verworden tot bepalen wie er niet bijhoort. We kiezen niet meer wie we erbij willen hebben, we kiezen voor wie we de deur gesloten houden.

Van buiten, door Duitse ogen, ziet ons land er gezellig uit. Maar schijn kan bedriegen.

Nu nog rijker aan spelfouten

“Leuke blog, maar schrijf je wel even reikt aan in plaats van rijkt aan.”

Fijn zulke lezers.

Het was meer dan een simpele verschrijving. Want altijd als ik ‘reikt uit’ of ‘reikt aan’ wil schrijven, moet ik het opzoeken (of schrijf ik het domweg fout). Ik probeer het me in te prenten voor de volgende keer, maar zonder resultaat. Dan slaat weer net zo hard de twijfel toe.

Vraag me naar het aantal letters in het alfabet, en ik raak in dezelfde onzekerheid (was het nu 25 met of zonder lange ij?). Of het aantal dagen in het jaar (365 met of zonder schrikkeldag?). Of mensen waarvan je standaard de naam vergeet.

Met alle kennis in mijn hoofd, blijven er dezelfde twijfelpunten. Als tikken in de plaat (of schrijffouten op de harde schijf in modernere beeldspraak).

Waarom kun je bepaalde informatie niet opslaan? Is er onlosmakelijk een labeltje aan verbonden: vertrouw dit niet? Is de eerste ingeving consequent juist, of juist altijd fout? Of wordt er quantummechanisch een onbestemd antwoord opgelepeld?

Wist ik het antwoord, dan kende ik de oplossing.

En het raarste is nog: uitreiking zal ik nooit fout schrijven.