De tweede golf: boos, maar op wie?

De tweede golf heeft de kust bereikt, en het is nog maar september. Drama dreigt, in ziekenhuizen, verpleeghuizen, maar ook in de economie. Je kunt nog hopen de exponentiële groei van het aantal besmettingen niet zal leiden tot overspoelde ic’s en mortuaria. Maar de hoop is dun. Ontwikkelingen in Frankrijk en Spanje lijken erop te duiden dat er slechts sprake is van vertraging. Besmettingen begonnen daar bij jongeren, maar sprongen over naar ouderen.

We hadden dit aan kunnen zien komen. Het maakt me boos. Maar op wie?

Niet op het virus; dat heeft geen zin. Dat lijkt me duidelijk, toch zie ik vaak het virus de schuld krijgen. Je leest dan dat groepen het slachtoffer zijn geworden van het virus. Ik vind dat een rare formulering. Nu we ons bewust zijn van de risico’s is een besmetting of het gevolg van eigen gedrag of van het gedrag van iemand eerder in de keten. De parachutespringer die te pletter valt, kan dat niet wijten aan de zwaartekracht.

Dan maar boos worden op degenen die besmet raken en het virus doorgeven? Het ligt voor de hand, maar het voelt toch te gemakkelijk. Ik snap de jongeren die elkaar opzoeken. Ik snap de mindfuck dat als je een keer een regel breekt, je maar doorgaat, omdat je het toch niet meer goed kan doen (zo heb ik heel wat koektrommels in mijn leven leeggegeten). Ik snap hoe verlangen kan winnen van algemeen belang. Ik snap hoe je de wijde wereld in wil na weken opgesloten te hebben gezeten.

Juist in zo’n situatie waarin naleving lastig is, luistert ondersteuning nauw. Mensen zijn immers erg goed in uitvluchten aangrijpen. Nederlanders in het bijzonder: zij kijken eerst of anderen zich ook aan de regels houden, anders staan ze voor gek, in hun eentje voor het voetgangerslicht.

Daar is het misgegaan. Mensen als Jort Kelder, Maurice de Hond en Willem Engel boden voortdurend uitvluchten aan. De Telegraaf en talkshows waren niet te beroerd om deze geluiden een podium te geven en zo salonfähig te maken. In veel gevallen lijkt er economische motieven verborgen te zitten onder de uitspraken. Zodat we nu met zijn allen door de tweede golf in een horrorrecessie dreigen te geraken.

En dan heb ik het nog niet eens over ministers en vorsten die hun voorbeeldrol aan hun laars lapten en weg probeerden te komen met een simpel sorry. Daarmee aangevend dat iedereen fouten mag maken. Het blijven zitten van de minister, en daaraan gekoppelde versoepeling van regels en handhaving, brengt mensenleven in gevaar.

Zie hier op wie ik boos ben. Maar helpen doet het niet.


Image by momos from Pixabay.

Vormt juist onze angst het gevaar?

In coronatijd wordt er uitgebreid beroep gedaan op ons gezond verstand. Afstand houden, handen wassen, laten testen. Maar werkt ons gezond verstand wel voldoende?

Toen het gevaar groot was, deden we collectief en instinctief het goede. Binnenblijven. Was dat rationeel gedrag? Of lieten we ons leiden door de angst?

Nu zouden we onverstandig worden, omdat we het gevaar te weinig onderkennen. Klopt dat wel?

Volgens mij worden we nog steeds geregeerd door angst. Alleen is die nu onbestemder dan een paar maanden geleden. Toen stonden we oog in oog met het monster, nu denken we het te horen in de verte.

In tijden van latent gevaar hebben we twee reacties. Allereerst gaan we ervan uit dat het gevaar van buiten komt, van de vreemdeling, van de indringer. Daarom zoeken we veiligheid in eigen vertrouwde kring. Bovendien overschreeuwen we de angst. “Ik ben niet bang voor de boze wolf, ben niet bang, ben niet bang …”

Dat is precies wat we nu doen. Vertrouwde mensen opzoeken waar we ons veilig voelen. Op feestjes, in de kroeg. En heel hard samen zingen. Juist wat we niet zouden moeten doen.

We vertonen geen riskant gedrag doordat we het gevaar niet zien. Het is juist onze onbestemde angst die het gevaar oplevert.

De vraag is dan ook of we nu juist het dreigend gevaar moeten schetsen, of de uitweg moeten laten zien.

Testdrempel

Ik had verschijnselen en liet me testen. Gelukkig niets aan de hand. (En de test is lang niet zo vervelend als wel wordt gezegd).

Tot zover geen bijzonderheden.

Wat me wel opviel: hoe lastig ik het vond om de stap te zetten. Terwijl ik me de afgelopen maanden verantwoordelijk gedragen heb. Eerst zoveel mogelijk thuisblijven, daarna drukte mijden (ik ging al eens onverrichterzake bij een winkel weg, omdat ik het te druk vond). Het braafste jongetje van de klas dus.

Maar me laten testen zodra ik verschijnselen had, vond ik lastiger.

Eerst was het de laatste schoolweek, die ik mijn kinderen na dit rare jaar niet wilde ontnemen. Vervolgens de vrees voor een positieve uitslag: zou ik daarmee de oudste zijn (al tot twee dagen teruggebrachte) scoutingkamp ontnemen?

Ik ben blij dat ik nu duidelijkheid heb. Maar verbaasd ben ik wel over de moeite die het me kostte om rationele keuzes te maken.

En dat maakt het maken van goed beleid zo ingewikkeld.

P.S.: op 25 juli schreef Rik Kuiper een artikel in de Volkskrant over dit struisvogelgedrag naar aanleiding van zijn eigen testgetreuzel.