Te veel voor een week (en waarom ik Twitter verliet)

Wat een week.

  • Een Amerikaanse president die zijn QAnonnenvoer afstuurt op het parlement. Dat zijn coup mislukt ligt enkel aan zijn luiheid en incompetentie.
  • Een partij die voorstelt om 1 miljoen Nederlanders het kiesrecht te ontnemen. Maar het is om Nederland weer ouderwets gezellig te maken, verkondigen diverse media.
  • Een politicus die aan een gefilmde, gezellige, borreltafel leugen na leugen mag verkondigen. De presentator, een vriend, laat het allemaal begaan.

Het is om woest van te worden. Alle waarden waarmee ik ben opgegroeid, worden hier gekrenkt. Nooit meer fascisme lijkt niet zo zeker meer.

Waar vindt de woede haar uitweg? Zeker tijdens een lockdown is Twitter het ventiel. Daar uit ik mijn spitsvondigheden, benoem ik opzettelijke en abusievelijke denkfouten, plaats ik me aan de goede kant van de geschiedenis.

Wat levert het op? Het verandert de wereld niet. Wel veroorzaakt het onrust in mijn hoofd, die slaap en werk en leven in de weg staat.

Dus ben ik er weg. Een stap terug om te bedenken wat ik wel kan doen, zonder het welzijn van mezelf en de mensen om me heen aan te tasten.

Het spijt me wel. Ik mis de geestige gesprekspartners, de tips van de belezenen. Ik mis de getuigenissen van de verzorgenden in de corona-crisis. Ik zou ze weer een bemoedigend hartje willen zenden.

Misschien bedenk ik nog hoe ik er het giftige kan vermijden en het voedzame kan behouden. Dan kom ik terug.

#kerstboomgate

Het begint traditie te worden: de koning houdt zijn kersttoespraak, en een deel van het volk is verontwaardigd. Niet om wat hij zegt, maar omdat er geen kerstboom in de kamer staat. Schande, we geven ons over aan de moslims!

Ieder jaar volgen de feitelijke weerleggingen. Er heeft nooit een kerstboom naast de vorst gestaan bij een kersttoespraak (gemakkelijk te checken met een google-search. Hooguit was er een te zien in de tuin. In Nederlands-hervormde huishoudens (zoals die van het Koninklijk Huis) is een kerstboom niet erg gebruikelijk

Deze weerleggingen gaan voorbij aan het gegeven dat de aanjagers van de ophef allang weten dat ze fout zitten. Ze poken elk jaar het vuur op, en worden telkens met de neus op de feiten gedrukt. Het maakt hun niet uit. Ze gaan ervan uit dat hun volgelingen kritiekloos hun ophef verspreiden.

Het is ook aantrekkelijk. Want door op het beeld te focussen kun je voorbij gaan aan de toespraak zelf. Dit jaar sprak de koning 3 maal het woord ‘kerst’ uit, 1 maal ‘Bijbel’ en 1 keer ‘Paulus’. Desondanks werd hem alom verloochening van de christelijke traditie verweten. Want de boom ontbrak.

Het is daarbij handig om je te richten op iets wat ontbreekt. Stond er wel een kerstboom, dan kun je zeggen dat er geen kaarsen staan, of geen stalletje, of geen kerstster. Kortom, als jij het wil, doet de koning het nooit goed. Het doet me denken aan hoe Archie Bunker in een verwijt aan zijn schoonzoon Micheal onbewust liet zien hoe discriminatie werkt: “Ik woon in huis met de enige Pool [zijn schoonzoon] die iedere dag in bad gaat.” Oftewel: je stinkt of je verbruikt te veel water, maar je doet het nooit goed.

“De kerstboom hoort al millennia bij onze Germaans/christelijke cultuur,” las ik op Twitter. Naast de schromelijke overdrijving in tijd is de benaming van de cultuur interessant. ‘Germaans/christelijk’ lijkt bedoeld om groepen uit te sluiten door een mythische oorsprong te suggereren. Er komen nog andere associaties bij me naar boven (vooral toen ik “Spinoza” antwoordde op de vraag welke cultuur er nog meer was, en ik alleen maar hahaha als antwoord kreeg), maar die laat ik even buiten beschouwing.

Zo is kerstmis niet meer het feest waar we allen tezamen komen, maar wordt het gebruikt om groepen uit te sluiten en tegen elkaar uit te spelen. “Door het niet neerzetten van de boom wordt er haat gekweekt bij mij” schreef iemand, die niet doorhad wie de haat werkelijk aangewakkerde.

Het moge duidelijk zijn: de echte schenders van de kerstgedachte bevinden zich niet in het paleis.

De bekende Nederlander ontzien

Het wezen van bekende Nederlanders is dat je ze niet kent. Je kent slechts hun beeld.

Van de week zat ik in een wachtruimte met twee bekende Nederlanders. Er ontspon zich een geanimeerd gesprek. Zonder camera waren de BN’ers veel vriendelijker, ontspannener, menselijker dan dat ze gewoonlijk overkomen. Zonder camera waren ze niet in focus, konden ze deel van het geheel worden.

Een paar dagen later herinnerde een krantenartikel me aan een sextape die van een van de BN’ers gecirculeerd had, een aantal jaar geleden.

Ik was blij dat ik me daar tijdens het gesprek niet aan gedacht had. Blij ook dat ik de opnames nooit had gezien.

Kijken maakt medeplichtig. Luisteren maakt medemens.

Waarom ik geen terreurbeelden meer kijk

Ik kijk niet meer.

Niet dat ik niet vrolijk heb meegedaan.

De opwinding van live het tweede vliegtuig in de WTC-toren zien crashen. “Nee, dat kan geen toeval zijn” roepen tegen de commentator van dienst. De tv 14 uur aanhouden omdat je er geen genoeg van kan krijgen.

Daarna Madrid, Londen, Beslan. Het nieuws moest gevolgd worden.

Maar bij de ISIS-onthoofdingen kwam de inkeer. Waarschijnlijk doordat het geweld hier tegen eenlingen was gericht. Ik wende het hoofd af. Besefte dat ik niet moest kijken; niet alleen om mezelf te beschermen, maar ook om me niet in de val van de terrorist te laten lokken.

Hij doet anderen kwaad juist om zin beelden te creëeren. Hij slachtoffert met opzet anderen om afschuw te wekken. Het kijken naar terreurbeelden is daardkorst principieel niet anders dan het kijken naar kinderporno. Je maakt je medeplichtig aan afschuwelijk geweld.

Ik hoef me niet af te sluiten. Het nieuws bereikt me via vele wegen, verbeelding en inlevingsvermogen doen de rest. Maar de beelden wil ik niet meer zien.