Van lichtmatroos naar brave Hendrik

De eerste liedjes over Indië waren oproepen om aan te monsteren op de schepen van de V.O.C. Dat was niet zo vreemd, vertelde emeritus hoogleraar koloniale literatuur Bert Paasman bij zijn gastcollege over liedjes over de Oost en de West. In de 17e en 18e eeuw kon maar zo’n 40 procent van de Nederlanders lezen. Dus werden op de markten liederen gezongen om jonge mannen te verleiden.

Erg aantrekkelijk was het zeemansleven niet. De reis naar de Oost duurde bijna een jaar. De helft van de bemanningsleden keerde nooit terug naar de Republiek. Deels omdat men zich in Indië vestigde, maar toch vooral doordat ze de reis niet overleefden.

Hoe de jongens dan toch zo ver te krijgen dat zij familie en goed achterlieten. Het antwoord was simpel: door die producten voor te spiegelen waar jongen mannen naar verlangen en altijd te weinig hebben: geld en sex.

(Tekst bij de Nederlandse Liederenbank.)

Het lied deed me denken aan de reclames voor defensie, die al decennia te zien op televisie. Deze verleiden met avontuur, heldhaftige muziek, lage camerastandpunten en donkere belichting. En ook hier wordt het gezin achtergelaten.

Van betaling in goud en vrouwen is echter geen sprake meer. De beloning bestaat nu uit persoonlijke ontwikkeling.

Want avontuur is mooi, maar het moet wel een beetje netjes blijven.

Deze blogpost maakt deel uit van een serie naar aanleiding van de collegereeks Caraïbische dromen door prof. Michiel van Kempen van de Universiteit van Amsterdam. Lees hier de andere blogposts.

Ik hoor graag wat je ervan vindt