Alles komt goed, of waarom ik graag kinderboeken lees

Op de eerste dag van het jaar begon ik in een boek dat me niet meer losliet: Alles komt goed, altijd van Kathleen Vereecken. Het is het verhaal van de 10-jarige Alice, die in 1914 met haar ouders en 4 broers en zussen in Ieper woont.

Het is een gelukkig leven. Met spelen, en processies, en kermis. Maar de horizon kleurt dreigend oranje.

‘De oorlog komt er niet’, zei [Tantanna], en wij geloofden haar meteen.

Mijn vader rechtte zijn rug en keek in het rond.

‘Je hebt gelijk, Anna. Dit is het veiligste hoekje van België. Van de hele wereld zelfs.’

[…]

‘Alles komt goed’, zei mijn moeder in een zucht. ‘Alles komt altijd goed.’

Maar alles komt niet goed. Er volgt een verhaal van dreiging, vlucht, verlies. Gezien door de ogen van een kind. Een kind dat geen vragen stelt bij het waarom van de oorlog, maar alleen waarneemt, van dag tot dag. Opgeschreven in een heldere, onderkoelde taal.

Vereecken verhaalt op een geraffineerde manier. De beschrijvingen zijn zo direct en levendig, dat ze het hier en nu oproepen. Maar zo nu en dan blijkt de stem terug en vooruit te kijken. Hier lijkt het kind net na de oorlog aan het woord te zijn. In het nawoord blijkt Vereecken het verhaal gebaseerd te hebben op getuigenissen van volwassenen, die terugkeken op hun jeugd in de oorlog. Is de verteller dan misschien toch ouder?

Het riep bij mij de sensatie op twee stemmen tegelijk te horen. Die van het kind dat alles meemaakt, maar ook van de volwassene die reflecteert. Dit stoorde me niet; ik vond het juist een verrijking van de leeservaring. Het roept op hoe een oorlog ingrijpt in een kinderleven, maar ook hoe het leven daarna weer verder gaat.

Het leesplezier werd nog versterkt door de illustraties van Charlotte Peys. Waar in het omslag de naderende oorlog oranje oplicht, zijn de illustraties in het binnenwerk alleen in donkerblauw. Het past bij de ingetogen toon van het toch heftige verhaal. Ook roept het beeld op van de herinnering: contouren zonder veel invulling.

Dat de tekst daarbij in dezelfde kleur is gedrukt als de afbeeldingen (op mooi crème papier), maakt het helemaal af.

Een heerlijk boek om het jaar mee te beginnen.

Waarom ik graag kinderboeken lees

Alles komt goed, altijd is geschreven voor kinderen vanaf een jaar of 11. Maar al langere tijd ben ik ervan doordrongen dat het ook voor volwassenen goed is om zo nu en dan een kinderboek open te slaan.

Waarom? Is het escapisme? De vrolijkheid van veel kinderboeken? De fantasie? Het speelt vast allemaal een rol.

Maar de waarde zit volgens mij dieper. Soms wordt gedacht dat de manier waarop kinderen tegen het leven aankijken vervangen wordt als ze opgroeien. Dat ze ouder en wijzer worden.

Maar ik denk dat kinderopvattingen de basis vormen van ons latere denken. Ons wereldbeeld wordt in de loop der jaren complexer, want de wereld blijkt complex, maar de waarden waarop dat beeld rust hebben we al gevormd in onze kindertijd.

Door kinderboeken te lezen kun je weer contact maken met het kinderlijk denken en voelen. En daarmee is het (voor mij in ieder geval) geestelijk helend. Het doet me beseffen waarom ik denk zoals ik denk. En waar ik in mijn denken en voelen te veel van de basis ben afgegleden.

En dan komt nog het esthetische plezier van kinderboeken. Want waar boeken voor volwassenen vaak zo de ramsj in kunnen, worden kinderboeken in het algemeen prachtig uitgegeven. Inventief, mooi geïllustreerd, bestand tegen een stootje. Zo ook Alles komt altijd goed, altijd.

Dus geef mij jaarlijks een paar kinderboeken te lezen, dan komt het wel goed.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *