Wel kennis, maar weinig inzicht over de West

Mijn eerste kennismaking met Suriname vond plaats in de vierde klas van de lagere school (nu groep 6 van de basisschool). We gingen naar een tentoonstelling over dat geheimzinnige land, dat op het punt stond zelfstandig te worden. Vooral de overweldigende natuur maakte indruk op me.

In de loop van de jaren groeide mijn kennis maar mondjesmaat. Suriname bleef ver weg. De staatsgreep en de decembermoorden voedden het beeld van een bananenrepubliek. Ik kende de oppervlakkige historische feiten en de complexe bevolkingssamenstelling. Een gevoel had ik er amper bij.

Tijdens mijn studie geschiedenis, eind jaren tachtig, begin jaren negentig, kwam natuurlijk wel de slavenhandel aan de orde. Terugkijkend ging het vooral over wat ‘wij’ Nederlanders gedaan en misdaan hadden, veel minder over wat het voor anderen betekend had.

Misschien doe ik mezelf hier wat tekort voor wat betreft mijn kennis over Suriname en de Antillen. Ik kon ze tenminste op de kaart aan wijzen. Maar ze bleven ver weg in mijn bewustzijn. En ook uit mijn boekenkast. Door schrijvers als Salman Rushdie en Vikram Seth wist ik meer van de impact van de Britse overheersing in India, dan van de Nederlandse invloed op de Surinaamse en Antilliaanse geest.

Dat was mijn uitgangspunt bij het eerste college van de reeks Caraïbische dromen van Michiel van Kempen (eerder deze week schreef ik waarom ik ben gaan volgen). Meer kennis dan inzicht kortom.

Het eerste college was een inleiding waarvoor alleen secundaire, en nog geen primaire literatuur op de rol stond. Een van de opgegeven teksten was Hollandse hovaardij. Moderne Surinaamse schrijvers over Nederland. van Jos de Roo in de bundel Europa buitengaats. Koloniale en postkoloniale literatuur in Europese talen. (te lezen via de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren dbnl).

Ik vond het een mooi en leesbaar overzicht. Het lukt De Roo om de rode draden te laten zien, en tegelijkertijd de individualiteit van de besproken auteurs naar voren te laten komen. Hij begint met duidelijk te maken dat Suriname een creatie van Nederland is. Een land met een zeer grote verscheidenheid aan bevolkingsgroepen en talen. Het (Surinaams-)Nederlands speelt een belangrijke bindende rol. In de kolonie ontstaat een verheven beeld van het moederland. Maar eenmaal in Nederland gearriveerd, ervaren de meeste schrijvers het als kil en onecht. Pas dan vormt zich bij hen het (positieve) beeld van Suriname.

Het hoofdstuk en de tekst lieten me zien dat de Surinaamse constellatie, en dus haar literatuur, veel complexer is dan ik dacht. Het wekt mijn nieuwsgierigheid.

Het eerste college heeft me niet zozeer veel meegegeven dat ik nog niet wist, maar me wel inzicht gegeven hoe de geschiedenis doorwerkt op de cultuur. Daarbij realiseer ik me dat wat ik meegekregen heb, toch vooral gaat over wat de Nederlanders gedaan hebben, en hoe je dat kunt beoordelen. De Surinaamse en Antilliaanse stem heb ik daarbij te weinig gehoord. Dat is juist waar de kracht van literatuur ligt. Op naar volgende week dus.

Daarbij is het extra leuk, dat doordat het college noodgedwongen online gegeven wordt, er ook mensen uit Suriname en de eilanden mee kunnen doen.


Deze blogpost maakt deel uit van een serie naar aanleiding van de collegereeks Caraïbische dromen door prof. Michiel van Kempen van de Universiteit van Amsterdam. Lees hier de andere blogposts.

Ik hoor graag wat je ervan vindt