Zevenvinker leest

Dit jaar volgde ik, voor de tweede keer, de collegereeks Caraïbische Dromen over (post-)koloniale literatuur aan de Universiteit van Amsterdam. Als dank besloten we als deelnemers voor Michiel van Kempen, hoogleraar Nederlands-Caraïbische Letteren, een boekje te maken, waarin ze beschreven wat hun band met Suriname, de Antillen of Indië was. Dit was mijn bijdrage.

Omslag van Bea Vianen, Sarnami Hai

Ik zou het kort kunnen houden, want ik ben bijna nergens geweest. Alleen maar begin jaren negentig op bezoek bij een tante die op Aruba woonde (ze was bij haar werk voor het Kabinet voor Nederlands-Antilliaanse Zaken een Arubaan tegengekomen). Ik geloof niet dat ik in die week erg dicht bij de benedenwindse cultuur ben gekomen.

Daarmee raak ik het mooie van de Collegereeks Caraïbische Dromen. Ik ben ervan overtuigd, dat aandachtig lezen je dichter bij de ander brengt. En dat nog voor een fractie van de CO2-belasting.

Daarbij is één ding van groot belang: je ervan bewust zijn op welke basis je als veellezer je boeken kiest. Zo kwam ik er een paar jaar geleden achter dat ik veel meer boeken las van mannen, dan van vrouwen. Niet omdat boeken van vrouwen me minder aanspraken; ik las ze vaak met veel plezier. Blijkbaar was er een kracht die de keuze telkens weer op het boek van een man liet vallen.

Daarop besloot ik een jaar lang alleen maar boeken van vrouwen te lezen. Ging er een wereld voor me open? Eigenlijk niet; ik had net zo’n prettig leesjaar als voorheen. Met verrassingen en boeken die tegenvielen. Ik bleek onterechte vooroordelen over boeken van vrouwen te hebben, die me van het lezen weghielden. Aanrechtliteratuur, kleine persoonlijke ervarinkjes. De opbrengst van het jaar: doordat ik me bewust ben geworden van mijn vooroordeel, maak ik een meer afgewogen keuze, en zijn mijn keuzemogelijkheden dus uitgebreid.

Bij langer nadenken bleek er nog een kracht te werken: de verleiding om dichtbij huis te lezen. Blijkbaar vond ik het prettig om boeken te lezen van auteurs van dezelfde sociaal-culturele, sociaal-economische en geslachtelijke achtergrond. Zo was de kans het grootst dat mijn wereldbeeld bevestigd en zelfs versterkt werd.

Hoe zonde is dat? Want literatuur is de kunstvorm bij uitstek om de wereld te bekijken door andermans ogen. Om te ontdekken of de ander ziet wat jij ziet, erbij denkt en voelt wat jij denkt en voelt. Om zo buiten je gesprek te gaan, buiten je bubbel.

Toen ik in het coronavoorjaar van 2021 op neerlandistiek.nl de collegereeks Caraïbische Dromen van Michiel van Kempen aangekondigd zag, had ik dan ook niet lang nodig om te besluiten hieraan mee te doen. De reeks nodigde me uit boeken te lezen die ik tot dan toe links had laten liggen.

Het bleek al snel dat ik in mijn verwachtingen (post-)koloniale literatuur gelijkgesteld had aan exotische literatuur. Ik had amper beseft dat het niet (alleen) over het vreemde land gaat, maar juist over de gedwongen relatie tussen verschillende groepen. Dat Nederlandse literatuur prima de koloniën buiten beschouwing kan laten, maar dat in Surinaamse en Antilliaanse literatuur bijna altijd de relatie met Nederland de kop opsteekt. (En ja, dit is echt zo’n zevenvinkjesconstatering, waarvan de rest van de wereld kan zeggen: kom je daar nu pas achter?)

De eerste collegereeks werd een interessante confrontatie. Allereerst werd me duidelijk hoe weinig ik eigenlijk afwist van de koloniale geschiedenis, en dan had ik nog geschiedenis gestudeerd. De kennis die ik bleek te hebben, was grotendeels vanuit Nederlands perspectief. Daar kwamen nog de gesprekken met de medecursisten bij, die deels op afstand meededen vanuit Suriname en de Antillen. Het bood een veelheid van visies op hetzelfde boek.

Ook de tweede reeks, met een kleinere groep in de collegezaal, bood die veelheid aan invalshoeken. Het heeft mij laten zien dat er niet een juiste interpretatie is van een boek. Het uiteindelijke literaire product ontstaat in de relatie tussen het werk en de lezer, met zijn achtergrond. De lezer kan zijn kennis uitbreiden, een groter bewustzijn van thema’s en invalshoeken ontwikkelen, maar hij kan zich nooit uitschakelen. Net zoals de auteur gevangen zit in zijn tijd en zijn positie.

Dat tekent ook meteen de inbreng van Michiel van Kempen. Hij bevordert kritisch denken zonder de wet voor te schrijven. Hij straalt daarbij uit dat haast ieder boek het waard is om geschreven en gelezen te worden, juist om de veelheid aan stemmen te laten horen.

Mij heeft hij in ieder geval het enthousiasme voor de (post-)koloniale literatuur overgebracht. En daarmee een deel van de wereld ontsloten. Want mocht ik ooit nog in een van de voormalige Nederlandse kolonies komen, dan zal ik vast anders kijken dan toen dat ene weekje op Aruba. Want ook boekenkennis kan je blik veranderen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: