De kinderen van juf Kiet

Zou er een 2Doc-documentaire zijn die meer reacties op de sociale media losmaakt dan De kinderen van juf Kiet vorige week deed? Veel kunnen het er niet zijn. Twitter en Facebook stonden bol van loftuigingen voor deze leraar die op een Brabantse basisschool lesgeeft aan een klas met nieuwkomers. Het verbaasde me.

Niet dat ik op basis van deze film echt een oordeel kan vormen over haar handelen. Daarvoor zien we te weinig. Hoe ziet de dag in elkaar, een les? Welke ondersteuning heeft ze (soms zien we andere volwassenen in de klas)? Heeft ze lesmateriaal tot haar beschikking dat toegesneden is op kinderen die het Nederlands niet van huis uit meegekregen hebben? Krijgen de kinderen begeleiding voor het verwerken van wat ze allemaal hebben meegemaakt?

Ik kan wel oordelen over de keuzes die de regisseurs Petra en Peter Lataster hebben gemaakt in hun montage. Ze tonen me situaties waarin een leraar de kinderen sterk stuurt, weinig ruimte geeft, amper met ze in gesprek gaat (zeker in het begin), ze vaak fysiek dwingt. En ik zie kinderen (in prachtige opnames waarin ze even alleen zijn) met meer afkeer en angst spreken over de juf, dan met warmte. Ik heb kortom de indruk dat de regisseurs me een ander verhaal hebben willen vertellen dan wat er getuige de reacties is overgekomen.

Het is de valkuil van films met en over kinderen. Hun geestkracht, hun aanpassingsvermogen betovert. Het straalt af op de volwassenen om hen heen. De grens tussen ‘dankzij’ of ‘ondanks’ vervaagt.

I am not your negro

Drie weken geleden beschreef ik mijn twijfels over Hallo witte mensen van Anousha Nzume. Nu ik de documentaire I am not your negro van Raoul Peck gezien heb, is me nog duidelijker geworden waardoor dat boek me niet aansprak.

Uitgangspunt van de film is het boek dat de zwarte Amerikaanse schrijver James Baldwin begon over zijn herinneringen aan drie vermoorde burgerrechtenstrijders: Medgar Evers, Malcolms X en Martin Luther King. Verder dan 30 pagina’s kwam het manuscript niet.

De Haïtiaanse regisseur Raoul Peck heeft dit verder uitgewerkt met archiefbeelden, interviews met James Baldwin en de teksten van Baldwin voorgelezen door Samuel Jackson.

De beelden en de montage zijn sterk, maar het meeste indruk maakten op mij toch de woorden van Baldwin. Net als bij Nzume spreekt hij over white privilege. Maar waar ik door haar amper bereikt wordt, spreekt Baldwin me wel aan. Wat is het verschil?

Nzume beschrijft in de kern wat je wel moet en niet mag zeggen en denken. Je moet je bewust zijn van je privilege. Je mag je geen cultureel eigendom van andere culturen toeëigenen. Het is de taal van de gouvernante.

Bij Baldwin geen opdrachten, geen gebedel. Hij spiegelt de witte mens voor wat het voor hemzelf betekent als hij zijn ogen sluit voor de wereld, voor de geschiedenis. De witte mens wordt er zelf slechter van, raakt bezoedeld. Hij zal dus uit eigenbelang de werkelijkheid onder ogen moeten zien, niet omdat het hoort of om iemand anders een plezier te doen.

We hoeven het niet te doen voor hem. De zwarte heeft al tijden geleerd om met de situatie om te gaan. Het is de witte mens die hulpeloos is.

Baldwin daagt me uit hierover na te denken. Daagt me uit te zien wat mijn positie als blanke man betekent in mijn bestaan en mijn omgeving. Als ik zijn verhaal overbreng van Amerika naar Nederland, daagt hij ons uit na te denken over wat de uitbuiting van Indië, de slavenhandel, het protectionisme ten opzichte van de derde wereld met zich meebrengt.

Baldwins boodschap is een onontkoombare mokerslag.

Leren kijken

Rond de eeuwwisseling bezocht ik zo’n honderd films per jaar (en schreef erover in gebrekkig proza op een prehistorisch vormgegeven website).

Deel van de routine was een wekelijks bezoek aan de Sneak Preview, waar een verrassingsfilm gedraaid werd die nog niet in première was gegaan. Het was een bijzondere sensatie om je te laten overspoelen door een film waar je nog niets van wist, zelfs niet in welk genre hij te passen was.

Er kwam nog een interessant effect bij. Als een aantal weken later de film ging draaien kon ik in de kranten recensies lezen over een film waar ik al een oordeel over gevormd (en opgeschreven) had. Zo begon ik ook duidelijk onderscheid te zien tussen de verschillende recensenten.

Al snel bleek dat Hans Beerekamp mijn ideale gids was. Films waarvan ik had genoten, werden door hem geprezen. Bovendien liet hij me dingen zien die ik gemist had.

Ik vond het dan ook jammer toen hij stopte met zijn filmrecensies in 2003. Als ik het me goed herinner zag ik zijn overstap van het schrijven over het grote doek naar het kleine scherm als een degradatie. Wat een vergissing.

Want de tv-recensies van Beerekamp (later beschreef Nina Polak in De Correspondent wat een Sisyphus-arbeid het was) gingen veel verder dan het beschrijven van wat er de vorige avond op de buis was geweest. Beerekamp gebruikte de tv als het venster waardoor hij de wereld beschouwde. In rijke taal, zonder dik te doen. Scherpe observaties van een land in verwarring, en de vertaling daarvan naar het beeld.

Nu gaat Beerekamp stoppen; het dagelijkse nachtwerk wordt te veel.

Het moest er een keer van komen, het vervult met weemoed. Want Hans Beerekamp heeft me velen malen de ogen geopend, heeft me beter leren kijken. Heeft me er bewust van gemaakt dat ieder shot, iedere kadrering, alles wat weggelaten is, voortkomt uit een keuze.

Voor dit soort monomanen kun je alleen maar dankbaar zijn.

De kracht van animatie

Open was drie jaar oud, toen zijn spraak en zijn motoriek ernstig terugvielen. Tot wanhoop van zijn ouders werd hij onbereikbaar; hij sprak alleen nog koeterwaals, en werd gediagnosticeerd met een acute vorm van autisme. Dit is het uitgangspunt van de documentaire Life, animated, die na de uitzending afgelopen maandag nog op de sites van 2Doc (Flash) en NPO is te zien.

Inmiddels is Owen 26 jaar. Hij staat op het punt om zijn ouderlijk huis te verlaten om elders (begeleid) te gaan wonen. In de tussenliggende jaren is er iets opmerkelijks gebeurd.

Toen Owen negen was, ontdekte zijn vader dat hij alle tekenfilms van Disney woord voor woord uit zijn hoofd kende. Sterker nog: hij die afgesloten leek van de wereld, bleek die wereld te begrijpen aan de hand van die films. En langzaamaan begon hij weer te praten.

De kern zit aan het eind, als Owen tegen een zaal met Franse wetenschappers zegt: “Hoe mensen autisten zien, dat ze niet met anderen willen zijn, klopt niet. Mensen met autisme willen wat iedereen wil. Maar soms zijn we verward en weten we niet hoe we contact met anderen moeten leggen.”

Het geeft een idee wat een geweldige strijd zich ongezien in mensen met autisme moet afspelen. En de film laat ook zien hoeveel doorzettingsvermogen en intelligentie gevraagd wordt van ouders, broers en zussen.

Life, animated maakte me ook bewust van iets anders: het geheim van animatie. In de documentaire wordt geopperd dat de overdreven emoties van de tekenfilms Owen helpen om grip op het verhaal te krijgen. Volgens mij speelt er nog iets anders: in tegenstelling tot speelfims beginnen animatiefilms (of ze nu getekend zijn, of met stop motion gemaakt, maar niet door de computer gegenereerd) met helemaal niets. Ieder beeldelement is een bewuste keuze, en staat ten dienste van het verhaal.

Animatiefilms zijn composities, geen registraties. En daardoor komen ze zo krachtig over. En niet alleen bij Owen.

Na de storm

Sommige films kun je maar beter in je eentje zien. Omdat ze te dichtbij komen.

Rond het middaguur zat ik met vier vreemden naar After the Storm van de Japanse regisseur Kore-eda Hirokazu te kijken.

Een prachtig verstilde film, over een door goklust aan lager wal geraakte schrijver, zijn moeder en zus, zijn ex en zijn zoon. Een fijnzinnig familiedrama.

En dan is er ineens die ene scène. Een indirecte boodschap van zijn vader, die enige tijd voorheen plots overleed.

De scène kwam zo aan, dat ik me ineens realiseerde waar mijn pijn vandaan komt. Wat ik nog op te lossen heb. En ik voelde me gesterkt in de overtuiging hoe belangrijk het is liefde uit te dragen waar het kan.

Het is maar een particuliere reactie. Zoals er zoveel particuliere reacties zijn die dit soort prachtfilms kunnen oproepen.

Zelfdestructie

Op de dag dat de dood van Philip Seymour Hoffman bekend werd zag ik de laatste aflevering van Ramses.

De overeenkomst lijkt voor de hand te liggen: artistieke zelfdestructie.

Maar misschien zijn het tegengestelden.

Shaffy predikte het hedonisme, met verkettering van ieder die niet mee wilde doen.

Bij Seymour moet ik denken aan de eerste film die ik met hem zag: Happiness van Todd Solondz. De wanhoop en duisternis van de menselijke ziel in elk beeld.

Seymour Hoffman is waarlijk voor óns gestorven.

Filmrecensie: Angela’s ashes


Het verhaal biedt veel dramatische aanknopingspunten, de acteurs zijn goed, de beelden zijn mooi. Toch is Angela’s ashes van Alan Parker niet geslaagd. Met alle moeite die er voor de film genomen zijn, zoals de herbouw van de krotten van Limerick, is ergens het hart verloren gegaan. Het levert een film op die druilerig is als de West-Ierse plaats waar hij zich afspeelt en waarvan alle ellende de kijker koud laat.

Het gelijknamige boek van Frank McCourt was een aantal jaren geleden een bestseller. Het verhaalde semi-autobiografisch van zijn jeugd. Hoe hij met zijn ouders in 1935 terugging van New York naar Ierland op de vlucht voor de armoede om in nog grotere misère te belanden. Hoe drie van zijn broertjes en zusjes overleden, hoe zijn vader het geld, als hij eens een keer een baan had, verdronk, hoe zijn moeder zich moest verlagen om het gezin te redden.

Resten van het boek zijn te horen in de voice over die op ironische wijze commentaar geeft op de gebeurtenissen. Op die momenten wordt het schrijnend duidelijk waar het in de film misgaat. De beelden ontberen de afstandelijkheid, waardoor iedere subtiliteit verdwijnt. Erger nog is dat de film na het eerste halfuur voorspelbaar wordt. Ellende wordt op ellende gestapeld en de karakters volgen netjes het pad dat voor ze uitgezet is.

Emily Watson en Robert Carlyle, die de ouders spelen, doen duidelijk hun best, maar hun rollen zijn zo stereotiep dat zelfs hun spel gaat vervelen. Interessanter zijn de rollen van de verschillende kindacteurs, bijvoorbeeld Ciaran Owens, de middelste van de drie jongens die Frank spelen. Als de film ontroert, dan is het waar bij hen de vroegwijsheid doorbreekt.

Wat geldt voor de karakters gaat in nog sterkere mate op voor de vormgeving: er is geen ontwikkeling. Limerick is vies, het regent er altijd en het wordt voortdurend in een romantische blauwe waas weergegeven. Hoe mooi de plaatjes ook zijn, vroeg of laat gaan ze vervelen. De sentimentele muziek van John Williams maakt het er niet beter op.

Angela’s ashes is een film zonder karakter. Parker meent dat mooi gefotografeerde gebeurtenissen voldoende zijn om een boeiend verhaal te vertellen, maar hij vergeet er wat mee te doen. Hij neemt geen afstand, maar kruipt ook niet onder de huid van de personages, zoals Neil Jordan bijvoorbeeld deed in The butcher boy. Hij levert noch sociaal, noch psychologisch commentaar. Wat rest komt over als gezeur over een arme jeugd. Dat kan nooit de bedoeling zijn geweest.


  • Cijfer (0-10): 5

Filmrecensie: Bedrooms & hallways

Het is telkens weer vermakelijk: een sneak preview waarin het publiek geconfronteerd wordt met zoenende mannen. Nederlanders mogen zich er dan op voorstaan dat ze een tolerant volk vormen, velen kunnen hun afschuw over zoveel vunzigheid niet voor zich houden. Het geeft aan dat een homofilm maar moeilijk als een gewone film te zien en te beoordelen is. De reacties worden al snel in negatieve of positieve richting versterkt. Daarmee zeggen ze meer over de houding van de kijker ten opzichte van homoseksualiteit dan over de film.

Het in Londen spelende Bedrooms & hallways van Rose Troche (Go fish) is een film die dit soort reacties oproept, maar nader beschouwd is het een degelijk in elkaar gezette komedie over relaties, seks en new age. Toegegeven, hij is iets gewaagder dan we gewoonlijk te zien krijgen, maar echt opzienbarend is hij niet. Daarvoor worden de spanningen te weinig uitgewerkt en blijven de karakters te oppervlakkig.

De film draait om Leo (Kevin McKidd) die op zijn dertigste verjaardag de gebeurtenissen die tot zijn huidige situatie hebben geleid overdenkt. Een paar maanden eerder heeft hij zich, ten einde raad omdat hij geen vriend kon krijgen, aangesloten bij een esoterische mannenpraatgroep. Daar is zijn oog gevallen op Brendan (James Purefoy), die op het punt stond zijn vriendin te verlaten. In de tussentijd legde Leo’s kinky huisgenoot Darren (Tom Hollander) het aan met de ogenschijnlijk saaie makelaar Jeremy (Hugo Weaver), die de te verkopen huizen vooral uitzoekt op de mogelijkheid er een liefdesnest in te bouwen.

Het is vooral deze laatste verhaallijn die de meeste lachsalvo’s oproept. Het zwaar aangezette nichterige spel van Hollander en de strakke kop van Weaver zorgen voor een contrast die iedere scene tussen de twee komisch maakt. Veel minder sterk zijn de grappen over new age. Het script is al vijf jaar oud en dat maakt de tijdsgebonden grappen wat oubollig.

Hoe grappig de film ook is, er wringt iets. Er ligt een te scherpe scheiding tussen de verhaallijnen die tot lachen moeten aanzetten en de gebeurtenissen die we serieus zouden moeten nemen. De humor wordt hiermee een intermezzo in plaats van een middel om het verhaal te vertellen. En daarmee is de kans gemist om een echte goede komedie te maken, waarbij iedere grap je iets dichter bij de kern brengt. Nu is er sprake van twee parallelle films, waarbij de komedie het dik wint van de vertelling.

Bedrooms & hallways lijkt uitzonderlijk, omdat hij niet uitsluitend over hetero’s gaat. In feite is het een doorsnee romantische komedie (maar wel een behoorlijk leuke). Bijzonder wordt hij pas als er bezoekers naast je zitten, die niet weten waar ze naartoe gegaan zijn.

  • Cijfer (0-10): 7

Filmrecensie: Beshkempir

  • Kirgizië, 1998
  • Regie: Aktan Abdikalikov
  • Met: Mirlan Abdikalikov
  • Scenario: Aktan Abdikalikov, Avtandil Adikulov en Marat Sarulu
  • Camera: Khasan Kidiralikjev
  • Montage: Tilek Mambetova
  • Art directie: Emil Tilelov
  • Muziek: Nurlan Nishanov
  • zwart/wit en kleur, Dolby SR, 81 minuten
  • Gezien: 16 september 1999, ’t Hoogt, Utrecht

Je gaat in de bioscoop zitten en plots ben je in een land waar je nog net de naam van kent maar niet veel meer van weet. Het is een van de genoegens van Beshkempir van Aktan Abdikalikov, de eerste onafhankelijke film uit Kirgizië die in het Westen te zien is. Hij biedt een reis in prachtig zwart-wit met een mooie menging van exotica en herkenbaarheid.

Herkenbaarheid, omdat ook in de voormalige Sovjetrepubliek in Centraal-Azië kinderen die anders zijn een tijdbom met zich meedragen. Ze kunnen tijdenlang er helemaal bijhoren, maar ooit zal het tegen ze gebruikt worden. Omdat iemand om een hele andere reden een appeltje met ze te schillen heeft. De ware reden zal de agressor nooit de steun van de groep opleveren, maar met de ‘afwijking’ van het slachtoffer lukt dat wel.

Dit is een van de thema’s in Beshkempir. In een dorp tussen de bergen is het gewoonte om ouders die geen kinderen kunnen krijgen een baby ter adoptie aan te bieden. De jongen Beshkempir is zo’n kind. Hij hoort er nooit helemaal bij, maar pas als hij voor vondeling wordt uitgescholden dringt de waarheid tot hem door. Abdikalikov vertelt dit gedeeltelijk autobiografische verhaal op een manier die nergens sentimenteel wordt.

Maar het zou de film onrecht doen hem tot dit simpele gegeven te reduceren. Want tegelijkertijd is Beshkempir een in prachtige beelden gevangen portret van een dorpsgemeenschap. Vrouwen scheiden het kaf van het koren in de wind, zonen jagen in de rivier vissen in de netten van hun vaders, jongens boetseren een levensgrote naakte vrouw uit klei. En dat alles in een zwart-wit (met hier en daar wat kleur) om bij te watertanden.

De hoofdrol wordt gespeeld door de zoon van de regisseur, de meeste andere rollen door dorpsbewoners. Ze geven de film een fraaie naturelle sfeer. Alleen het meisje waar Beshkempir verliefd op is valt uit de toon met haar coquette gedrag.

Beshkempir is van een haast achteloze schoonheid. Als in Iraanse films is ieder spektakel afwezig en kun je alleen maar achterover leunen om je ogen uit te kijken.

  • Cijfer (0-10): 9

Filmrecensie: Los amantes del círculo polar

  • Spanje, 1998
  • Regie: Julio Medem
  • Met: Victor Hugo, Kristel Diaz, Nancho Novo, Maru Valdivieso
  • Scenario: Julio Medem
  • Camera: Gonzalo F. Berridi
  • Montage: Ivan Aledo
  • Muziek: Alberto Iglesias
  • kleur, , 116 minuten
  • Gezien: 14 september 1999, Sneak preview, Camera, Utrecht

De Spaanse regisseur Julio Medem houdt van visuele bravoure. Zo kwam de kijker in Vacas via de pupil in het binnenste van een koe en was La ardilla roja voor een deel gefilmd vanuit het gezichtspunt van een door de bomen klauterende eekhoorn. Zijn nieuwste film, Los amantes del circulo polar (De minnaars van de poolcirkel), is ingetogener. De balans is iets meer naar de tekst verschoven, maar gelukkig is hij de kunst van de beeldtaal niet verleerd.

Otto (Peru Medem, Fele Martinez, Victor Hugo) en Ana (Sara Valiente, Najwa Nimri, Kristel Diaz) ontmoeten elkaar als ze acht zijn en er is meer dat hen aantrekt dan hun gespiegelde namen. Als zijn vader en haar moeder met elkaar trouwen worden hun heimelijke ontmoetingen allengs heftiger. Maar er tikt een tijdbom: ze zoeken in elkaar hun verloren ouders.

Medem past ervoor om een rechtlijnig verhaal te vertellen. Om en om filmt hij de gebeurtenissen vanuit het oogpunt van Otto en Ana en midden in scenes schakelt hij tussen de acteurs die de jeugdige en de volwassen personages spelen. Het zijn geen originele methodes, maar ze werken goed om de film een subjectief en droomachtig gevoel te geven.

Hoewel het camerawerk minder uitbundig is dan in zijn eerdere films, tovert Medem in Los amantes del circulo polar weer beelden voor die zich in het geheugen vastzetten, zoals een zoen onder het bed of papieren vliegtuigjes die uit een raam vliegen. Hij is een regisseur die het vooral van atmosfeer moet hebben. De bijna continue muziek van Alberto Iglesias draagt daar voor een belangrijk deel aan bij.

Of Los amantes del circulo polar werkelijk overtuigt hangt af van de bereidheid van de kijker om de wat gezochte constructie van het verhaal te accepteren. Wie geloofwaardigheid zoekt kan deze film beter mijden. De film zit vol met thema’s die in cirkelbewegingen met elkaar verbonden zijn. Het levert een romantisch sprookje op dat, zoals goede sprookjes betaamt, ook zijn scherpe kanten heeft. De boodschap mag dan wel zijn dat de geliefden voor elkaar bestemd zijn, de film doet je afvragen in hoeverre dat niet eerder tragisch dan gelukkig is. En van een zoet slot is ook al geen sprake.


  • Cijfer (0-10): 8