Uitgelezen: Slavernij

Na een bezoek aan de slavernij-tentoonstelling in het Rijksmuseum (nog te zien tot 29 augustus 2021), las ik de bijbehorende catalogus. Ik vond het een waardevolle aanvulling: door het lezen ontstond er meer samenhang in het verhaal. De tentoonstelling bestaat uit veel objecten die pas echt tot leven komen als je het verhaal erachter kent. De bijschriften in het museum en de audiotour zijn daarbij toch net te beperkt.

Toch blijven tentoonstelling en catalogus een fragmentarisch geheel. Deels komt dat door het onderwerp: de slaven in de Nederlandse koloniën hebben maar weinig sporen nagelaten. Ze werden met name zichtbaar als handelswaar of wanneer ze gestraft werden. Hun leven en lijden kwamen maar sporadisch in beeld.

Ook de wijze waarop de tentoonstelling, en dus ook de catalogus, opgezet is, maakt het lastig om het verhaal te vertellen. De tentoonstelling is ingedeeld rond een tiental hoofdpersonen. Doordat er vaak maar weinig van hen bekend is, wordt het een wat gemaakte constructie. Telkens denk je een levensverhaal te horen, maar krijg je niet veel meer te zien dan een vage schim.

Bovendien is het uitgangspunt van de tentoonstelling geweest om te onderzoeken wat er in de collectie van het Rijksmuseum te vinden is over slavernij. Die keuze zorgt voor een beperkt perspectief. Het laat daarmee ook de lastige positie zien van het museum, dat niet alleen ’s lands belangrijkste kunst- maar ook historisch museum wil zijn. Een ambitie die het niet echt kan waarmaken.

De grootste indruk in de tentoonstelling op mij kwam dan ook niet voort uit historisch materiaal, maar uit een groot modern kunstwerk van de Beninse Romuald Hazoumé. (https://www.rijksmuseum.nl/nl/stories…) Met delen van jerrycans maakt hij een slavenschip. Dit werk bracht me dichterbij de ervaring dan de rest van de tentoonstelling.

Ondanks mijn bedenkingen vind ik Slavernij toch waardevol. Allereerst door de inleiding over de Nederlandse koloniale slavernij van Eveline Sint Nicolaas. In veertig pagina’s geeft ze een interessant overzicht, waaruit vooral duidelijk wordt dat slavernij geen randverschijnsel was, maar een centraal onderdeel van de economie in de Republiek.

Daarnaast sluit het boek met een samengesteld interview door Karwan Fatah-Black en Martine Gosselink met negen schrijvers en wetenschappers die zich bezighouden met de slavernij. Het laat zien dat de her en der grote tegenstellingen tussen de auteurs leiden tot een verrijking van het beeld. Dit staat in contrast met de vaak heftige discussies in het publiek domein over slavernij en racisme. Deze leiden juist tot versplintering en kokervisie. Daarmee vormt dit hoofdstuk een pleidooi om vanuit nieuwsgierigheid met elkaar in gesprek te blijven.

Ik hoor graag wat je ervan vindt